• home
  • knopjeinfo
  • knopjenieuwsbrief
  • knopjesitemapknopje
Titelbalk funiculifunicula

Muzikaal onthaasten op de vroege zondagavond met muziek voor miljoenen en met Marc Brillouet.

Mario Lanza
Foto Mario Lanza

Antonio Cocozza leerde z’n vrouw Maria Lanza kennen op een heerlijke zomerdag in het jaar 1919. Antonio was in 1893 in het Italiaanse dorp Collemacchia in de buurt van Filignano geboren.

 

In 1905 week de ganse familie uit naar New York en ging zich na een tijdje in Philadelphia vestigen. Antonio vond werk bij The Victor company – iets later omgedoopt tot RCA Victor - en jawel dezelfde firma waarvoor z’n zoon later platen zou opnemen.

Meteen na Maria’s 18de verjaardag trouwden ze. Zowel Maria als Antonio waren gek op muziek. Beiden waren thuis opgegroeid met een voorliefde voor opera. Hun ouders hadden zowat alle platen in huis van Caruso, Ruffo en Gigli.

Op 31 januari 1921 werd hun zoon Alfred Arnold geboren. Z’n troetelnaam werd Freddy. Hij zou later vaak het verhaal vertellen dat ie op zekere dag - hij was toen zeven jaar oud - even alleen in huis was en in z’n eentje platen ging draaien. Zijn absolute voorkeur genoot de aria ‘Vesti la giubba’ uit de opera Pagliacci, gezongen door Enrico Caruso en die aria zou voor de rest van zijn leven z’n lievelingsaria blijven! Negen jaar later, we zijn dan 1937, ontdekt Freddy terwijl hij meezingt met z’n lievelingsaria dat ie inderdaad de stem en het talent heeft om ook operazanger te worden. Z’n ouders regelen meteen een auditie bij de plaatselijke zangleraar Antonio Scarduzzo, zelf een geschoold bariton, maar adviseert Freddy z’n stem niet te vroeg te forceren en nog even te wachten met zangstudies. Hij gaat wel taallessen volgen en notenleer, maar dat laatste vak boeit hem niet en zal hem voor de rest van z’n leven blijven achtervolgen als een zware last. Intussen bleef hij wel aandachtig naar platen van z’n grote idolen luisteren, niet om hen te imiteren, maar wel om hun frasering en vooral hun zangtechniek.

Toen de tijd er rijp voor was, kreeg Freddy zangles van Irene Williams, een sopraan die ooit nog samen met Nelson Eddy had gezongen. Maria die naaister was, wou die lessen voor haar zoon koste wat het kost betalen en ging zelf na haar uren werken. Freddy zou iets minder dan twee jaar bij Irene les volgen. Hij leerde in die tijd veel bij, maar heel wat tekorten bleven onafgewerkt! Irene had er ook voor gezorgd dat Freddy her en der kon optreden. Iedereen hoorde wel dat hij nog veel bij te leren had ,maar vooral z’n verrassend fris en krachtig stemgeluid bleef iedereen bij. In 1940 werd Freddy uitgenodigd bij de rijke mevrouw in Manhattan die zo onder de indruk was van z’n stem dat ze hem beloofde hem te helpen met z’n verdere zangstudies. Dankzij haar kon hij ook enkele proefopnamen maken!

Het geluk klopte aan toen in Philadelphia The Boston Symphony Orchestra onder leiding van Serge Koussevitsky kwam spelen. Die had twee jaar eerder the Berkshire Music Center in Tangelwood geopend, een school waar getalenteerde jonge musici terecht konden. Na een matineeconcert zat Koussevitsky in z’n kleedkamer uit te rusten vooraleer hij aan het avondconcert zou beginnen. William K. Huff, de organisator van die concerten had er voor gezorgd - hij had dat beloofd aan Freddy’s zanglerares - dat Freddy iets voor Koussevitsky mocht zingen terwijl Irene hem aan de piano begeleidde. Het was z’n lievelingsaria ‘Vesti la giubba’. Meteen na die aria nam Serge Freddy in z’n armen en beloofde hem dat ie bij hem in The Berkshire center mocht komen studeren. Op 4 juni 1942 kreeg hij een brief van Margaret Grant, de secretaresse van Berkshire, met de vermelding dat ie dankzij een zekere mevrouw Alice Capp een studiebeurs kreeg aangeboden ter waarde van 120 dollar. De lessen zouden plaatsvinden van de 5de juli tot en met de 16de augustus. In Tanglewood werd Freddy klaargestoomd voor een opera-rol in Otto Nicolai’s The Merry Wives Of Windsor door z’n zangleraar Boris Goldovsky.

Op 5 januari 1943 moest Freddy onder de wapens, maar intussen bleef hij optreden. In die periode kampte Freddy ook met overgewicht, een plaag die hij zijn ganse carrière zou meetornen. Freddy werd een rol aangeboden in de musical Winged Victory en mocht er zelfs mee op Broadway etaleren en hield het daar 212 voorstellingen vol. In 1944 werd deze musical in Hollywood verfilmd met George Cukor als regisseur. Jammer genoeg voor Freddy doken er problemen op en werd ie uiteindelijk uit de film geweerd.

Tijdens een optreden in Beverly Hills leerde Freddy Art Rush kennen die hem een contract aanbood bij RCA Victor, één van de op dat moment meest toonaangevende platenmaatschappijen in Amerika. Hij tekende een contract met hen en hij zou de rest van z’n carrière bij hen blijven.

Freddy was geboren met een gat in z’n hand. Het geld vloog de deur uit. Gelukkig was er nog z’n mecenas Maria Gargelli die hem bleef steunen en dit met een goedkeurend oog van de ganse Lanza familie.

Maar Freddy liet wel z’n oog intussen vallen op Betty Hicks. Hij wou z’n ouders nog niets vertellen over een eventueel huwelijk omdat z’n moeder sowieso dwars zou liggen. De carrière van haar zoon ging voor op een eventueel huwelijk. In 1945 ondertekende Freddy officieel een contract met RCA ten bedrage van 3000 dollar voor een periode van 5 jaar. Geen wonder dat Betty en Freddy besloten in alle intimiteit te trouwen, zonder dat pa en ma er iets van afwisten. Op vrijdag 13 april 1945 waren ze man en vrouw.Op 15 juli werd dat huwelijk nog eens kerkelijk overgedaan in de Manhattan Catholic Church of Saint Colombo in New York, deze keer wel in aanwezigheid van de volledige familie Hicks en Cocozza.

Freddy bleef zanglessen volgen, deze keer bij Enrico Rosati, voormalig leraar van Benjamino Gigli. Volgens Enrico was Freddy de nieuwe Gigli, a voice blessed by God. In het totaal zou Freddy 15 maanden lang bij Rosati blijven en heel wat van hem opsteken.

Freddy, die intussen als artiestennaam de naam van z’n moeder had aangenomen, Mario Lanza, was niet blijven stilzitten. Hij had contact gezocht met MGM en Louis B Mayer had hem aan enkele belangrijke filmmensen voorgesteld. Deze vroege stap in de wereld van Hollywood's glitter en glamour zou Lanza beletten een gewaardeerd operazanger te worden. Lanza tekende een 7-jarig contract bij MGM. Hij zou voor z’n eerste film 15.000 dollar ontvangen, 25.000 dollar voor de volgende en zo opklimmend tot 75.000 dollar voor z’n zevende productie.

Op 8 en 10 april 1948 stond Lanza te schitteren in het Municipal Auditorium in New Orleans in de rol van Luitenant Pinkerton in de opera ‘Madame Butterfly’ van Giacomo Puccini. Het zou meteen zijn laatste ernstig optreden in een opera zijn.

In de loop van de maand september verscheen Lanza’s eerste film ‘That midnight kiss', geregisseerd door Norman Taurog en geproducet door Joe Pasternak.Tijdens de première was het een zekere Al Martino die buiten stond te wachten om toch maar een glimp van z’n idool op te vangen. Een tijdje later zou Lanza hem een plezier doen door hem het liedje ‘Here in my heart’ aan te bieden. Eerst was het aan Lanza aangeboden, maar die vond dat Martino talent genoeg had om het op te nemen. Het werd een internationale nummer 1 voor Martino en zijn naam was meteen gevestigd in de wereld van de lichte muziek!

Op 28 oktober 1948 stond Lanza samen met orkestleider Ray Sinatra in de opnamestudio voor ‘Granada’. Componist Agustin Lara hoorde die opname en vroeg aan iemand van MGM om een ontmoeting met Lanza te regelen in Californië. Lara liet Lanza weten dat die dé meest ultieme opname had op plaat gezet en dat zelfs niemand NA hem die opname zou kunnen verbeteren!

In de maand september 1950 bracht MGM de film The toast of New Orleans uit, opnieuw in een productie van Joe Pasternak. Sammy Cahn en Nicholas Brodzky werd gevraagd de muziek te schrijven. Ze kwamen o.a. op de proppen met Be my love. Op zekere dag zat Sammy met de gedrukte partituur voor zich, want Brodzky wou niet dat er nog iets aan de melodie werd veranderd. In de film wordt het lied nog als een duet gezongen, maar iets later nam Lanza een soloversie op en het zou z’n grootste hit worden. Het werd een boem van een hit. Be my love werd genomineerd voor een Oscar, maar uiteindelijk ging Mona Lisa met de eer aan de haal. Het geld stroomde rijkelijk binnen. Op zekere dag toonde hij z’n vrienden een cheque van 1 miljoen dollar aan royalties. Geen wonder dat ie het geld liet rollen. Hij begon ook almaar rijkelijker te leven. ’s Ochtends bij het ontbijt champagne en voor de rest van de dag bier en nog eens bier. Zijn gewicht nam almaar toe en daar waren de heren filmproducers niet gelukkig mee.

In de maand april 1951 verscheen de film The great Caruso, alweer in een productie van Joe Pasternak, deze keer in een regie van Richard Thorpe. Dorothy Caruso, z’n weduwe, was helemaal niet tevreden met het resultaat. Het verhaal zou te eenzijdig zijn uitgesponnen. Lanza werd in de film afgeschilderd als de Amerikaanse Caruso. Daarvoor, vond z’n weduwe, had Lanza te weinig operarollen gezongen en kon hij niet aan Caruso tippen. De film The great Caruso werd echter een voltreffer. De film kreeg een Oscar voor ondermeer de beste soundtrack. Maar toch moest de film het uiteindelijk afleggen tegen prijsbeest An American in Paris. The great Caruso heeft later een enorme invloed gehad op de carrières van Luciano Pavarotti, Placido Domingo, Jerry Hadley, Roberto Alagna enz… Ook al vonden critici de operafragmenten die in de film te horen waren maar ‘operatic lollipops’, toch liet deze film Lanza in breedste vocale zin van het woord horen. Pavarotti vertelde meermaals in een interview hoe hij na het zien van de film voor de spiegel ging staan en probeerde Lanza te imiteren.Ook Carreras dweepte met Lanza en nam een tijdje geleden zelfs een tribute cd met uitsluitend Lanza successen op.

Lanza’s manager, Weiler, slaagde er meteen na het succes van de film in een deal te sluiten met D’Arcy Advertising Inc. voor een wekelijkse radioreeks die uiteindelijk 'The Mario Lanza show' zou heten en gesponsord zou worden door de Coca Cola Compagny. Per programma ontving Lanza de ronde som van 5.300 dollar. Tussen 10 juni 1951 en 5 september 1952 blikte Lanza 66 radioshows in die gerust tot de beste opnames mogen gerekend worden die er van zijn stem werden gemaakt! Deze shows blijven een schoolvoorbeeld van hoe gemakkelijk Lanza van het ene genre in het andere gleed.

In oktober 1952 was MGM klaar om een nieuwe film op het publiek los te laten. Opnieuw in een productie van Joe Pasternak in een regie deze keer van Alexander Hall ‘Because you’re mine’. De titelsong werd genomineerd voor een Oscar, maar moest de eer laten aan het thema’ Do not forsake me oh my darling’ uit High Noon. Ook deze keer was het liedje geschreven door Sammy Cahn en Nicolas Brodzky en het zou de derde gouden hit worden voor Mario.

In 1954 ging Joe Pasternak aankloppen bij regisseur Richard Thorpe met de vraag of hij 'The student prince' wou verfilmen, een succesvolle musical van Richard Romberg. Hij wist niet wat hij zich op de nek haalde, want Mario Lanza ging zulke eisen stellen en ging zo dwars liggen, dat de productie op de tocht kwam te staan. Aan Nicholas Brodzky en Paul Francis Webster werd gevraagd drie nieuwe songs te schrijven. Het werden geen super hoogvliegers maar ‘Summertime in Heidelberg’ mag er toch best wezen. Lanza kreeg het aan de stok met regisseur Curtis Bernhardt omdat die vond dat Lanza er te zeer invloog, hij wou dat Lanza zich een beetje inhield, de hoofdrolspeler was nu eenmaal een Russische prins en Lanza hoorde zich daar naar te gedragen. Lanza bleef boos weg van de set en eiste dat Bernhardt werd vervangen. Op 4 september 1952 werd de productie afgelast. Meer dan een jaar later trok Lanza samen met z’n vaste begeleider Callinicos naar de Warner Bros studio om daar de elpee The student prince in te blikken. Meer dan een miljoen exemplaren gingen er over de toonbank, een heuse hit dus. Intussen had Joe Pasternak de filmdraad terug opgepikt en was de film ingeblikt zonder Mario Lanza, maar met Edmund Purdom in de hoofdrol samen met Ann Blyth. In de film hoor je wel de stem van Mario Lanza. Op 20 mei 1954 ging de film eindelijk in première.

Op kerstavond van dat jaar ontving Lanza, ondanks de vele problemen die hij had veroorzaakt door op de set van The student prince weg te lopen, een uitnodiging van Warner Bros voor een nieuwe film: ‘Serenade’, gebaseerd op een verhaal van James McCain. Lanza ging akkoord voor een salaris van 150.000 dollar plus een deel van de opbrengst. Op 28 juni 1955 begon Lanza alvast met het inblikken van de soundtrack en het eerste nummer was ‘La danza’ van Rossini dat hij al een hele tijd op plaat had willen zetten. Hij mocht ook enkele echte opera-aria’s inblikken zoals ‘Nessun dorma’ uit Turandot van Puccini en ‘Amor te vieta’ uit Fedora. Brodzky en Cahn mochten ook nog drie songs aanreiken waaronder de titelsong ‘Serenade’. In het befaamde blad Variety kreeg Lanza uitstekende recenties en ook The New York Times was vol lof over Mario’s vocale prestaties.

Elvis Presley had intussen al vaker toegeven dat ie een fan was van Lanza. Vooral de elpee ‘Lanza on Broadway’ lag bij hem vaak op de draaitafel. In mei 1956 bracht Presley een bezoek aan Lanza. Steve Sholes van RCA had deze afspraak geregeld. Lanza woonde toen in Bel Air. Het was een korte ontmoeting, ze duurde amper een kwartier. Presley vertelde Lanza dat ie ook weg was van diens elpee ‘The student prince’.

Maar intussen had Lanza in Amerika veel kritiek moeten slikken over z’n opvliegend karakter en z’n hoge eisen die hij soms durfde stellen. Het feit dat hij nooit door de ernstige jongens au sérieux werd genomen zat hem dwars. Hij wou een tijdje weg uit Hollywood en dat enge wereldje. Hij wou z’n roots gaan opzoeken in Italië. Lang hoefde hij dus niet na te denken toen LeCloud-Titanus Films hem de kans aan bood in Italië de film ‘The seven hills of Rome‘ op te nemen. Op 17 mei 1957 stond de volledige familie Lanza op pier 84 en ging aan boord van de Guilio Cesare, richting Napels. Lanza zou Amerika nooit meer terugzien.

Aan Victor Young werd gevraagd de titelsong te schrijven. Die zou het eindresultaat niet horen, want nog voor de productie van start ging, overleed hij.

Seven hills of Rome leverde Lanza een gigantische hit op, namelijk de Italiaanse klassieker ‘Arrivederci Roma’. Hij zong in de film dit liedje met het straatzangeresje Luisa Di Mio die hij in Rome op straat had horen zingen. Voor Lanza werd het een regelrecht succes na jaren van afwezigheid in de hitlijsten.

Nu Lanza toch in Europa verbleef, had ie samen met John Coast beslist een aantal concerten te organiseren en dat bleek een ongelooflijk succes. Op 20 december 1957 begon hij aan een reeks die tot maart 1958 zou duren. Hij koos qua repertoire voor dezelfde songs die hij tijdens z’n Caruso-tournee, zes jaar eerder, al had gezongen. Hij wou geen nieuw materiaal instuderen. Z’n stem klonk wel iets lager en dus werd besloten de aria Vesti la giubba en z’n hit Be my love van de lijst te schrappen. De hoge c’s werden door de hoge b’s vervangen.

Op de 16de januari 1958 trad hij op in de befaamde Royal Albert Hall in Londen en het zou een onvergetelijk succes worden. 8000 mensen woonden die avond het concert bij. Er stonden drie microfoons op het podium en Lanza zou voor de eerste maal in stereo worden ingeblikt, een historische opname die intussen ook op cd te beluisteren is. De bekende dirigent Richard Bonynge woonde samen met zijn vrouw dame Joan Sutherland, later een sopraan van wereldformaat, die avond de voorstelling bij. Beiden waren ze onder de indruk van de kracht van Mario’s stem. Bonynge vond het achteraf jammer dat Lanza nooit z’n talent op de opera had toegespitst. Op 25 januari trok Lanza naar Duitsland om daar optredens te verzorgen in München, Hamburg en Baden-Baden. Z’n concertpromotor kreeg in de gaten dat Mario zich almaar minder goed in z’n vel voelde, en dat hij snel vermoeid was. Een snel bijgeroepen dokter stelde hoge bloeddruk en een vernauwing van de aders in z’n been vast. De concerten voor de maand februari moesten meteen worden afgelast. Zijn zittend leven, zijn overdadig eten en drankverbruik begonnen stilaan hun tol te eisen.

Begin maart werkte Lanza zijn concertagenda verder af. Hij moest van dan af wel met de steun van een wandelstok optreden. Op 6 maart gaf ie een geweldig concert in The Belle Vue in Manchester. Zijn stem klonk, ondanks zijn minder goede gezondheid, beter dan ooit tevoren. In Belfast stond ie op het podium van King’s Hall voor een begeesterde massa van 10.000 enthousiaste fans.

Begin april zong Lanza met even veel bijval in de Parijse Olympia. Tijdens zijn verblijf in het hotel George Cinq kloeg z’n manager over de onkosten die almaar meer de pan begonnen uit te swingen. Op 5 april was Lanza te gast in Oostende. Ook hier was hij in prima forma. Er werden ook al enkele voorstellen besproken in verband met een optreden van Mario Lanza tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel.

Op 16 april was Lanza te gast in Hamburg, maar hij voelde zich onwel. Hij had almaar meer problemen met z’n stem. Hij liet zich onderzoeken en de dokters vertelden hem dat ie dringend aan rust toe was en dat ook de toestand van z’n hart zorgen baarde. De dag nadien vloog Lanza terug naar Rome en gelastte al z’n resterende optredens af.

Intussen lag er een nieuw contract op tafel voor de verfilming van ‘For the first time’. Lanza besloot om zich eerst te laten verzorgen in het Park Sanatorium in Walchensee in de Beierse Alpen. Dat sanatorium was erg in trek bij politici, edelen en artiesten. Volgens z’n contract moest ie 40 pond afslanken, anders konden de filmopnamen niet doorgaan. Dr. Schreiber van het sanatorium was niet aan z’n proefstuk toe,want hij had al eerder Elizabeth Taylor en Richard Burton van hun drankprobleem afgeholpen. Lanza herstelde zo goed dat ie het sanatorium 'een stukje hemel op aarde’ noemde. Eenmaal terug in Rome besloot Lanza de soundtrack van z’n nieuwe film in te blikken samen met de muzikanten van de Opera van Rome. Hij moet goed hersteld zijn, want zijn stem klonk beter dan ooit tevoren. De film ‘For the first time’ werd geregisseerd door de Oostenrijkse Rudolph Maté. Zijn tegenspeelster was niemand minder dan Zsa Zsa Gabor. In 1959 werd For the first time zonder problemen gereleaset. De soundtrack werd zelfs voor een Oscar genomineerd, maar die ging uiteindelijk naar de beresterke prent ‘Porgy and Bess’.

Intussen had Lanza zijn platencontract met RCA voor vijf jaar verlengd. Zij wilden een aantal vroegere elpees opnemen, maar nu in stereo! Een van zijn allermooiste platen ooit werd het album ‘Mario’ met daarop de meest bekende Napolitaanse klassiekers als ‘Funiculi,funicula’, ‘Passione’ en ‘Voce ‘e notte’. Dat laatste noemde Lanza zelfs het mooiste dat ie ooit op plaat heeft gezet! Franco Ferrara was de dirigent en die gaf aan de toen nog piepjonge Ennio Morricone de nummers voor dat album te arrangeren.

Lanza plande ook een heropname van The student prince, ook deze keer in stereo, maar zijn stem liet het afweten. Hij had geen feeling met de songs die hij moest inblikken. Paul Baron had dit keer de touwtjes in handen, maar die kreeg een slaande ruzie met Lanza die in een kwade bui een telefoontoestel naar diens hoofd slingerde. Ook hun samenwerking voor de elpee ‘ Lanza sings Xmas Carols‘ leverde geen mooi eindresultaat op, wat niet gezegd kan worden van het album ‘Lanza sings Caruso favorites’,opgenomen in de loop van de maand juni van 1959. Lanza’s stem klonk hemels. Volgens kenners en critici z’n mooiste operaplaat ooit! Alsof Lanza voelde dat z’n einde naderde, nam ie de daaropvolgende maand in de Cine Città studio’s enkele selecties op voor ‘The Vagabond King’ van Rudolf Frimml. Er werd opgenomen van 17.00 tot 23.00 uur en het resultaat was ronduit fenomenaal. Minder vlot ging het wanneer Lanza begon aan de opnames van de soundtrack voor de film ’The Desert song'. Lanza liet zich onderzoeken in het ziekenhuis Valle Guilia en de dokters stelden een dubbele longontsteking vast. Opnieuw werd Lanza verwittigd dat hij het rustiger aan moest doen. Opnieuw moest Lanza dringend vermageren voor z’n hoofdrol in de film en dronk haast uitsluitend water. Op de 10de september 1959 dook Lanza de opnamestudio in voor de soundtrack van 'The Desert song' en tot ieders verbazing lukte het deze keer wel, opmerkelijk goed zelfs gezien zijn gezondheidstoestand. Op verzoek van RCA blikte ie ook nog snel z’n kerstalbum ‘The Lord’s prayer’ op, samen met z’n pianist. Later zou in New York het orkest er aan worden toegevoegd. Dit zou de laatste noot worden door Lanza op plaat gezet. Op het einde van de maand september bracht Lanza samen met z’n vrouw Betty en z’n kinderen een bezoek aan Caracalla waar hij een openluchtvoorstelling bijwoonde van ‘Aida’ van Giuseppe Verdi. Op de 20ste september organiseerde hij nog een grootse party voor zijn vrienden in zijn Villa Badoglio even buiten Rome. Meteen nadien liet hij zich opnieuw verzorgen in de kliniek Valle Guillia. Hij kloeg steeds meer over pijn in de linker borststreek. De volledige vierde verdieping werd speciaal voor hem gereserveerd en hij kreeg hier kamer 404 toegewezen. Op zijn sterfdag, de 7de oktober 1959, hoorden getuigen hem ’s ochtends nog zingen in zijn kamer, wat stemoefeningen om te horen of hij het nog kan. Tegen de middag merkten getuigen een druk heen en weer geloop van dokters en verpleegsters in de buurt van kamer 404. Even later vernamen ze dat Mario Lanza aan een hartaanval is overleden. Een half uur lang hadden de dokters geprobeerd hem te reanimeren, maar niets mocht baten! Op zijn 38ste overleed de Amerikaanse Caruso. Hij liet zijn vrouw en hun vier kinderen achter. Er volgde een druk bijgewoonde begrafenis in Rome. Nadien lieten zijn ouders zijn lichaam overvliegen naar zijn geboortestad Philadelphia om hem uiteindelijk in Californië te begraven. Voor de echtgenote van Mario Lanza was het verdiet zo groot, dat ze in de ochtend van de 11de maart 1960 zelfmoord pleegde.Ze werd naast haar echtgenoot op het Holy Cross kerkhof in Los Angeles begraven. Zijn twee zonen Damon en Marc probeerden met het geld van hun overleden vader een pizzeria op te starten, maar die onderneming liep spaak. Marc trok zich terug. Hij verzorgde zijn gezondheid slecht, en hij was 37 toen hij overleed. Lanza’s dochter Colleen werkte keihard aan een zangcarrière. Samen met producer Lee Hazlewood nam ze een plaatje op, maar zonder succes. Ze huwde in 1971 met Alberto Caldera jr, een neef van de president van Venezuela. Die relatie liep op de klippen, ze hertrouwde maar merkte dat ze niet voor het huwelijksgeluk was geboren. Op de 19de juli 1997 werd ze, toen ze vlak voor haar huis in Californië de straat overstak, door een auto gegrepen. Ze raakte in een diep coma en overleed enkele weken later.

Lanza’s twee overblijvende kinderen doen er alles aan om de nagedachtenis aan hun vader in ere te houden. Zoon Damon houdt zich bezig met het fanblad ‘The Lanza Legend’ en geeft veel lezingen en zijn dochter Ellisa Lanza ziet er op toe dat de muzikale erfenis van haar vader met respect wordt behandeld.

Marc Brillouet.

 

pijltje Meer Funiculi Funicula-weetjes

 

pijltje Stuur naar een vriend

 

printvriendelijk Print dit artikel

 

 

 
  een   -  canvas   -  ketnet   -  radio 1   -  klara   -  MNM   -  stubru   -  rvi   -  sporza   -  deredactie.be   -  cobra

vrt © 2010  -  bedrijfsgegevens   -  jobs   -  gebruiksvoorwaarden   -  privacy

metriwebPowered by Cultuurweb