


Muzikaal onthaasten op de vroege zondagavond met muziek voor miljoenen en met Marc Brillouet.
Op het einde van z’n leven, toen Charlie Chaplin teruggetrokken leefde op z’n landgoed in Zwitserland deed hij ’s avonds na het diner niets liever dan samen met z’n vrienden en familie luisteren naar klassieke muziek.
Soms nodigde hij bekende solisten uit als Arthur Rubinstein en Isaak Stern om samen met hen naar klassieke platen te luisteren vooral te genieten.
Al in z’n jeugd maakte Charlie kennis met muziek. Z’n moeder zong in musicals, hij mocht vaak met haar mee naar het theater en z’n vader, Charles Chaplin, was in zijn tijd een bekend zanger die vaak optrad in The Canterbury Music Hall.
Thuis was het moeder die Charlie leerde dansen, zingen en artiesten imiteren. Toen z’n moeder ouder werd en ze niet meer kon optreden, dwong ze Charlie om te gaan zingen, om op die manier wat geld bij te verdienen.
Later ging Chaplin als hij tussen het filmen door wat tijd had, naar The Metroplitan in New York. Het meest was hij onder de indruk na het zien vande opera ‘Tannhäuser’ van Richard Wagner. Ook z’n ontmoeting met componisten als Paderewski en Leopold Godovsky lieten bij hem een grote indruk na.
Chaplin was niet alleen een gevierd acteur, regisseur en producer, maar omdat ie wat z’n films betreft alle touwtjes in eigen hand wilde houden, ging hij ook zelf de muziek componeren. Hij wou er telkens in slagen elegante, romantische melodietjes op papier te zetten, ontdaan van allerlei onnodige franjes. Z’n liedjes moesten z’n meestal komische films een emotionele dimensie geven. Dat begrepen z’n collega’s–componisten niet vaak. Die vonden dat bij z’n films gekke en opgewekte muziek hoorde, funny tunes.
In een interview dat Chaplin gaf naar aanleiding van de muziek die hij schreef voor ‘The great dictator’ zei hij: “Film music must never sound as it were concert music. While it actually may convey more the beholder-listener than the camera conveys at a given moment, still must be never more than the voice of that camera”.
Charlie Chaplin kon zelf geen noot op papier schrijven. Hij had het allemaal in z’n hoofd zitten hoe het precies moest klinken en worden uitgevoerd. Hij zong z’n composities meestal voor aan Arthur Johnston die het keurig voor hem op de notenbalken noteerde.
Een van Charles’ meest geliefde composities is en blijft ‘Smile’ dat hij schreef voor de film ‘Modern Times’. In de film hoor je alleen maar de instrumentale versie, maar die scene moet achteraf de tekstschrijvers John Turner en Geoffrey Parsons zeker hebben geinspireerd tot het schrijven van de lyrics “Smile though your heart is aching, smile even though it’s breaking, where there are clouds in the sky you’ll get by ...!”
‘Modern times’ verscheen in 1936 en wordt nog steeds gekwoteerd als één van de betere Chaplin- producties, een viersterrenfilm dus. In deze film bekritiseert Chaplin het tijdperk van de mechanisatie. Hij tekent op een onnavolgbare manier the struggle for life in de moderne wereld. ‘Modern times’ is Chaplin’s laatste stomme waarvoor hij ook de muziek schreef waaronder dus de evergreen ‘Smile’.
Een de mooiste versies van ‘Smile’ werd op plaat gezet door dé crooner bij uitstek, Nat King Cole, die daarmee de 10de plaats bereikte in de Billboard charts in 1954. Ook Tony Bennett, Barbra Streisand en Rod Stewart zongen het de eeuwigheid in.
Charlie Chaplin zou nog meerdere melodieën schrijven die het predicaat evergreen verdienen, denken we maar aan ‘Eternally’ voor de film ‘Limelight’ (1952) en ‘This is my song’ voor de film ‘The Countess from Hong Kong’ (1962).
Tekst en research: Marc Brillouet
Meer Funiculi Funicula-weetjes