9 klassiekers die oorspronkelijk uit de jaren 60 komen, maar pas later een hit werden. Ken jij ze allemaal?

dinsdag 19 mei 2020 - 07:49
In de jaren 60 van de vorige eeuw gingen de Belgische steenkoolmijnen dicht, werd de taalgrens in ons land een feit en was er vooral veel goeie muziek. Die werd ons geleverd door onder meer The Beatles, The Rolling Stones, Cliff Richard, Simon & Garfunkel en Salvatore Adamo. Heel wat van die hits werden achteraf gecovered en behoren nu nog steeds tot het collectieve geheugen. Een aantal van die, soms verrassende, originele versies hebben we opgezocht...

‘Tainted Love’ (Gloria Jones, 1964)

‘Tainted love’ stond oorspronkelijk op de B-kant van ‘Come go with me’ en was dus eigenlijk niet bedoeld voor de hitlijsten. Het werd nochtans heel bekend in Groot-Brittannië nadat een zeeman die het singletje ooit gekocht had het inruilde voor een pakje sigaretten. De jongeren die het liedje hoorden in de lokale café’s waren er wild van en toen het in 1981 opgevist werd door MarcAlmond van Soft Cell werd het pas echt een grote hit.

‘Red Red Wine’ (Neil Diamond, 1967)

Neil Diamond nam in 1967 het album ‘Just for you’ op met daarop o.a. ‘I’m a believer’, ‘Girl, you’ll be a woman soon’ en ook ‘Red Red Wine’. Dit laatste nummer gaat over een man die toevlucht zoekt in de drank om zo al zijn problemen te vergeten. In 1983 kregen de jongens van UB40 het te horen in een andere versie dan de originele en beweren nog steeds dat ze niet eens wisten dat het geschreven werd door Neil Diamond. Die verklaarde achteraf dat de versie van UB40 één van zijn favoriete covers is en bracht het ook vaak live op deze manier op het podium.

‘I think we’re alone now’ (Tommy James & The Shondells, 1967)

Deze song leek aanvankelijk bestemd voor de nobele onbekendheid. Het werd geschreven als een ballad, een rustig nummer dus dat wellicht geen potten zou breken tot de groepsleden er op een gegeven moment een snellere versie van gemaakt hebben. Door kenners werd ‘I think we’re alone now’ beschouwd als de basis van de bubblegum-muziek. Precies 20 jaar later werd het nummer opgepikt door de Amerikaanse zangeres Tiffany die er meteen een wereldhit mee te pakken had.

‘Everybody needs somebody’ (Wilson Pickett, 1966)

Wilson Pickett kreeg het nummer cadeau van zijn goede vriend Solomon Burke die het al in 1964 schreef. Burke kende het lied nog uit zijn kindertijd toen hij het moest zingen in de kerk, het werd een bescheiden hitje in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Nadien werd het vaak gecovered door o.a. The Rolling Stones, Dusty Springfield, Genesis en Westlife maar de bekendste cover is toch die van The Blues Brothers. Zij brachten het nummer als single uit in 1980 nadat het verscheen in hun film ‘The Blues Brothers’ in datzelfde jaar.

‘Shoop Shoop Song (it’s in his kiss)’ (Betty Everett, 1964)

Nadat deze song al in 1963 opgenomen werd door Merry Clayton kwam de single pas een jaar later in de hitlijsten dankzij de versie van Betty Everett. De platenbonzen uit Chicago vonden het nummer tijdens een bezoek aan New York en stelden het aan Betty Everett voor. Zij nam het op en het werd meteen een top 10-hit. In 1979 nam ook Linda Ronstadt haar versie op maar het was wachten tot 1990 eer het weer een wereldhit werd dankzij de versie van Cher.

‘Little Sister’ (Elvis Presley, 1961)

Het onafscheidelijke duo Doc Pomus en Mort Shuman schreven het nummer dat op het lijf geschreven was van Elvis Presley. Het verscheen op de B-kant van ‘(Marie’s the name) His latest flame’ en raakte daardoor niet verder dan een vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard-lijst. In 1970 werd ‘Little Sister’ toch nog opgevist voor de film ‘Elvis: that’s the way it is’ waardoor het weer opviel en op de coverlijst kwam van o.a. Robert Plant, Dwight Yoakam, Pearl Jam en Ry Cooder die het in 1979 uitbracht en er een stevige radiohit mee had.

‘MacArthur Park’ (Richard Harris, 1968)

Deze song was aanvankelijk een deel van een veel groter geheel en dat maakte dat het gedoemd was om niet gauw een hit teworden. Toch slaagde Richard Harris er in om het in 1968 tot op de tweede plaats te hijsen in de Billboardlijst en ook bij ons deed de single het aardig. In 1978 maakte Donna Summer er een opzwiepende discohit van. Richard Harris zelf was achteraf nog te zien in heel wat films van o.a. Clint Eastwood en als Albus Dumbledore in de eerste Harry Potter-films

‘Sunny’ (Bobby Hebb, 1963)

De Amerikaanse zanger Bobby Hebb schreef deze song twee dagen na de moord op president John F. Kennedy en die op zijn oudere broer die dezelfde dag werd neergestoken in een nachtclub. Deze twee gebeurtenissen inspireerden hem om toch weer de draad op te pikken. In 1976 stond het nummer weer in de hitlijsten dankzij de discoversie van Boney M.

‘Love is all around’ (The Troggs, 1967)

Dit nummer werd in zowat tien minuten op papier gezet. Dat gebeurde nadat Troggs-zanger Reg Presley op TV een filmpje zag waarin de mensen van ‘Het Leger des Heils’ een liedje over de liefde hoorde en zag zingen. ‘Love is all around’ verscheen nooit op een album maar meteen als single. In 1994 werd het nummer terug ingezongen voor de film ‘Four weddings and a funeral’ door de Schotse groep Wet Wet Wet.

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!