Leen Demaré in De Rotonde: "Geen klankbord hebben, dat is het moeilijkste aan een kind alleen opvoeden"

maandag 13 januari 2020 - 12:00
Leen Demaré & Christel Van Dyck
Kinderen stonden lang niet in het levensplan van radiopresentatrice Leen Demaré. "Ik ben niet de grote kindervriend, of misschien moet ik het anders zeggen, ik ben geen babyvriend. Terzelfder tijd kan ik goed met kinderen overweg, als ze wat ouder zijn. Ik moet met mensen kunnen redeneren. Al is het met iemand van 5 jaar, maar er moet al een zekere logica aanwezig zijn."

De babytijd van dochter Kato was geen pretje, vertelt Leen Demaré aan Christel Van Dyck. "Kato was nogal een huilbaby, de eerste maanden waren zwaar. Ik dacht 'wat smijten ze hier binnen'. Ik heb toen een postnatale depressie gehad, niet dat dit toen werd erkend. Niemand had daar een woord voor, of tenminste mijn dokter niet." 

"Later heb ik dan gehoord dat het vooral hormonaal is én dat je al veel kan oplossen door een paar maanden extra hormonen in te nemen. Als er vrouwen zijn die dit lezen en daarmee kampen: ga naar je dokter en spreek er over. Achteraf heb ik zelf vaak gedacht, dit had mij kunnen helpen." 

"Ik was die eerste maanden geen blije moeder. Ik dacht toen echt: als er nog één iemand belt om te zeggen dat ik gelukkig moet zijn, sleur ik die door 'den draad'. Ik voelde mij ook schuldig, maar achteraf gezien besef ik dat de baby huilde omdat ik zenuwachtig was. Het was een wisselwerking. Ik ben daar bijna 100% zeker van."

Zeg nooit nooit

"Ik had niet echt een kinderwens. Ik kende wel veel mensen met kinderen, maar dat was niets voor mij, dacht ik. En ineens is die wens er toch. We waren op vakantie toen ik plots iemand zag met een kind en dacht 'ik wil dat ook'. En dat moest dan natuurlijk bijna direct!"

Zwanger worden lukte vrij snel. "Al had ik het zelf pas na 2 maanden door. De zwangerschap was trouwens niet evident. Mijn baarmoeder drukte tegen mijn nieren waardoor ik niercrisissen kreeg. Ik rolde letterlijk over de vloer van de pijn. De dokter had eerst niet door wat er aan de hand was tot er uit een echo bleek dat ik dus inderdaad niercrisissen had. Je kan dat vergelijken met nierstenen."

Ik was die eerste maanden geen blije moeder, helemaal niet. Ik dacht toen echt: als er nog één iemand belt om te zeggen dat ik gelukkig moet zijn, sleur ik die door 'den draad'.

Halftijds kind

Toen dochter Kato een jaar of 5 was, gingen Leen en de papa van Kato, elk hun eigen weg. "We hebben co-oudershap gedaan. Een week bij mij, een week bij hem. Later bleef ze vaker bij mij, uit praktische overwegingen. Maar we hebben haar echt wel samen opgevoed." 

"In het begin vond ik het heel moeilijk om haar telkens een week te moeten missen. Net alsof je maar een halftijds kind hebt. En zeker omdat - eens de babyperiode voorbij - ik het heel tof vond, dat mama zijn. Ik deed heel veel samen met haar, we speelden vaak samen, ik nam ze overal mee naartoe. Ja, dan is die week alleen wel moeilijk. Het is dan heel stil in huis."

"Maar eens dat je doorhebt dat je daar ook iets goeds van kan maken - het glas is altijd halfvol voor mij - dan is dat oké. Overcompenseren is niet nodig. Je moet niet elk weekend naar een pretpark. Natuurlijk doen kinderen dat wel eens graag, maar je kan evengoed gewoon lekker thuis blijven, gezellig samen iets doen. Dat doen Kato en ik nog altijd het liefst: gewoon wat rondhangen in huis."

Klankbord

"Een kind alleen opvoeden is niet altijd makkelijk. Je hebt bijvoorbeeld geen klankbord. Als je met twee bent en je kind is ongehoorzaam, dan kan je even overleggen met je partner, hoe gaan we dit aanpakken. Als je alleen bent moet je dat zelf oplossen. Dat vond ik best moeilijk. Eigenlijk vind ik dit zelfs het moeilijkste aan geen partner hebben."
 

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!