Steven Van Gucht: "Je eten zelf vangen en dan klaarmaken op de barbecue, dat kan je met niets vergelijken"

dinsdag 13 juli 2021 - 10:03
Ook deze week duikt Kim Debrie in het vakantiegeheugen van een bekende Vlaming in 'De Zomers van… '. Haar gast deze keer is viroloog Steven Van Gucht, de man die willens nillens wereldberoemd is geworden in Vlaanderen. Hij neemt ons mee naar de Ardennen.

Je geeft het hem misschien niet meteen aan, maar Steven Van Gucht is een kampeerder. Of misschien moeten we eerder zeggen 'was'. "Ik hou niet van tentjes en dunne matjes, geef mij maar een echt bed. Maar het is wel zo dat ik mijn jeugd heel vaak op camping ben geweest. Mijn grootouders hadden een klein caravannetje in de Ardennen, in de buurt van Houffalize. Wij trokken daar in de zomer heel vaak naartoe. Samen met mijn zus, met neven en nichten. Daar heb ik heel veel zomers gespendeerd. Mijn allermooiste jeugdherinneringen komen eigenlijk uit de Ardennen. Absoluut." 

"Mijn grootouders, en zeker mijn grootmoeder, waren heel sociale mensen. Mijn grootmoeder had bijna half Opwijk overtuigd om ook naar die camping te gaan en daar een caravan te kopen. Dus als wij daar kwamen, zat half Opwijk daar ook. Het was een hele sociale bedoening, samen eten, samen drinken."

"Mijn grootvader maakte fruitwijn. Cider noemden wij dat. Hij gebruikte fruit uit zijn tuin: braambessen, moerbeien, stekelbessen, daar maakte hij wijn van. Hele kratten werden naar de Ardennen gebracht. Drank kochten we nooit, we dronken enkel zijn fruitwijn. Straffen toebak, trouwens."

"Je moet zo'n rivier leren lezen"

Op de camping heb ik ook leren vissen. In de Ourthe, op forel vooral: de beekforel en de regenboogforel ook, al is die niet inheems en werd die daar ingezet. Mijn grootvader heeft mij geleerd hoe ik met een werphengel de rivier moest afgaan. Het is iets helemaal anders dan vissen op een kanaal of zo. Het is één worden met de natuur. Je zit in het water. Je moet weten waar de vis zit, die zit niet overal. Hij houdt zich op in de bochten, aan de watervalletjes, in diepe kuilen. Je moet zo'n rivier echt kunnen 'lezen'. Dat is het belangrijkste wat je moet kunnen eigenlijk. Eenmaal je weet waar de vis zit, moet je hem ook kunnen benaderen zonder dat hij je ziet."

"Er waren daar op die camping meer vissers dan vissen. Een vis vangen was echt wel uitzonderlijk. Het is mij ook overkomen: een week vissen zonder ook maar iets te vangen. Maar als je er eentje ving, ja, dan was het feest hé. Ik herinner mij nog heel levendig hoe ik op een bepaald moment een forel had gevangen en ik in alle staten was. 'Ik heb een vis!', bleef ik maar roepen."

Opeten

"Trouwens, wat we visten dat werd allemaal opgegeten. Niet zoals de 'moderne' visserij van haak losmaken en hop, vis terug het water in. Die vis werd ofwel onmiddellijk opgegeten, ofwel ging die de diepvries in. Dat is trouwens het allerlekkerste wat er is. Niet een menu in een driesterrenrestaurant, maar je eten zelf vangen en dat dan klaarmaken, met wat tomaten, een slaatje. Zo'n vis op de barbecue, dat kan je met niets vergelijken. 

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!