Pendelaar Sofie leert bij: 5 redenen waarom pendelaars meelopen met de deuren

dinsdag 10 december 2019 - 12:59
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. In theorie. In de praktijk is dat altijd langer. Sofie is ook een kritische consument. Ze werkt voor De Inspecteur op Radio 2. Een kritische, pendelende consument. Dat geeft vaak vonken. Maar het levert vooral inspiratie op. Voor haar, voor jou en voor de NMBS en Infrabel.

Amai, wat was me dat. Ik kreeg nogal wat reacties op mijn vorige verhaal: dat kan je hier lezen. 

Ik vind het nutteloos en belachelijk om met de deuren mee te lopen als de trein komt aangereden. Het is een heel erg grappig zicht als je het vanop een afstand bekijkt. En bovendien zijn er veel deuren aan een trein, dus als je gewoon blijft staan, stopt de deur meestal gewoon voor je neus.

Maar veel pendelaars hebben blijkbaar een hele goeie reden om mee te lopen met de deuren.

Reden 1: meelopen of rechtstaan

Mijn collega klampt me aan. "Ik zal u eens zeggen waarom ik meeloop met de deur en er pal blijf voor staan totdat ze opengaat." Wow, ze klinkt nogal gedecideerd. "Als ik niet meeloop met de deur, dan ben ik niet zeker van een zitplaats."

Ze stapt op in Gent-Sint-Pieters. Ze is niet de enige, en op de trein zijn al heel wat zitplaatsen bezet, nog vóór de hele Gentse meute op de trein stapt. Daar zitten al pendelaars op van in Wervik, bijvoorbeeld. Dus het is in Gent vechten voor een zitplaats. En die bemachtig je alleen als je als één van de eersten opstapt.

Dus ja. Dat snap ik. Ik heb makkelijk praten. Ik stap in Wervik op, en dan zijn er nog voldoende zitplaatsen beschikbaar. Aan de andere kant: bij het terugkeren zit de trein in Brussel-Centraal ook al erg vol. En toch vind ik elke keer weer een zitplaats, naast het raam dan nog. Zonder mee te lopen met de deuren. Ik moet wel zoeken en door verschillende wagons wandelen, maar ik vind ze.

Reden 2: meelopen uit gewoonte

Iemand reageert op mijn Facebookpagina: "Vroeger sprak ik af met collega's op de trein. Ze zaten altijd in de zesde wagon.  Dus als de trein toekwam, tellen maar, en dan meelopen om op die specifieke wagon op te stappen. Nu ben ik nog alleen, en waarom weet ik niet, maar toch stap ik nog altijd op die zesde wagon."

Haha, hilarisch is dat! Je loopt gewoon mee uit gewoonte. Omdat je dat vroeger zo deed. Terwijl je nu evengoed kan opstappen in de vijfde wagon. Je blijft gewoon wagons tellen, jaren aan een stuk, omdat je dat zo deed. Prachtig! De pendelaar eindigt dan ook met een zalige uitspraak:

Dus, al vind jij het belachelijk of nutteloos, ik loop nog steeds mee.

Een pendelaar

Reden 3: meelopen of je aansluiting missen

Deze reden hoor ik wel vaker. Je moet in een bepaalde wagon zitten om op de juiste plaats te kunnen afstappen zodat je snel op het juiste perron bent om een andere trein te nemen. Ingewikkeld? Neen, dat is pendelaarslogica. Een pendelaar reageert op mijn Facebookpagina:

"Als ik de trein naar Antwerpen neem om 7u41 moet ik aan de vijfde deur kunnen afstappen om in Berchem meteen aan de trappen te staan (dan ben ik de volledige meute voor) en dat scheelt makkelijk 2 à 3 minuten! Wereld van verschil als je nog een aansluiting moet hebben."

Ik begrijp dat. Pendelen, dat is kansberekening. Gokken. Rekenen. Wiskunde. De trein is heel wat. Als de juiste deur je kan helpen, dan moet je die vooral opzoeken.

Reden 4: meelopen om in de juiste wagon te zitten

Veel mensen laten me ook weten dat ze meelopen met de deuren van een bepaalde wagon omdat ze zeker in die wagon willen zitten. Dat begrijp ik, ja. Ik zit ook altijd in de eerste of de tweede wagon. Maar daarvoor hoef je nog niet mee te lopen met de deuren.

Je weet zo ongeveer toch wel waar de eerste twee wagons zullen eindigen. En elke wagon heeft twee deuren. Dus als je gewoon blijft staan, is de kans heel groot dat één van de juiste deuren in jouw buurt stopt. Ik wacht geduldig tot de trein stil staat, en dan ga ik rustig naar één van de deuren. Dat lukt. Echt waar. Ik krijg bijval van een andere pendelaar.

Ik heb ook mijn vaste deur, maar kan redelijk goed inschatten waar ze zal eindigen. 

Een pendelaar

De trein stopt nooit exact op dezelfde plaats. Maar als ervaren pendelaar weet je wel zo ongeveer waar je moet staan.

Reden 5:  meelopen of omver gelopen worden

Veel pendelaars doen het ook niet, meelopen met de deuren. Ze vinden het net als ik erg grappig om het schouwspel van op een afstand gade te slaan. En ze zien er ook het nut niet van in. (Maar nu wel, na het lezen van dit verhaal.)

Het gevolg is wel dat wij, stilstaande pendelaars, meermaals omvergelopen worden. Ik probeer dat te vermijden door niet heel dicht bij de sporen te gaan staan. Dan is er nog plaats genoeg voor de meelopende menigte.

Als je te dicht bij de sporen staat, blokkeer je de weg natuurlijk. Als je dan weigert mee te lopen, is ’t botsing. Dus sommige pendelaars lopen mee uit noodzaak. Uit zelfbescherming. Omdat iedereen het doet.

Bedankt voor jullie reacties. Ze mogen blijven komen.

Alle andere verhalen vind je op Sofies website

Je kan ook haar Facebookpagina leuk vinden!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!