Treinblog #7 'Is de NMBS klaar voor duurzame mobiliteit?'

woensdag 10 oktober 2018 - 16:01
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. In theorie. In de praktijk is dat altijd langer. Sofie is ook een kritische consument. Ze werkt voor De Inspecteur op Radio 2. Een kritische, pendelende consument. Dat geeft vaak vonken. Maar het levert vooral inspiratie op. Voor haar, voor jou en voor de NMBS en Infrabel.

De ‘Week van de Mobiliteit’ is achter de rug. We werden allemaal aangemoedigd om de auto wat vaker te laten staan en ons duurzaam te verplaatsen. Allemaal goed en wel, maar als iedereen de trein zou nemen, hebben we een groot probleem denk ik.

Rijen pendelaars

Wervik is de vierde halte die mijn ochtendtrein (de P7009) aandoet. Hij heeft er dan nog zeven te gaan vóór ik in Brussel aankom. In Wervik zit de trein niet stampvol, maar er zit al behoorlijk wat volk op. Vooral op maandagochtend, wanneer de studenten naar hun kot moeten. Waar is de tijd dat studenten op zondagavond naar hun kot vertrokken?

Als we in Gent aankomen, zie ik ze al van verre staan: de pendelaars die hopen op een zitplaats. Het perron staat vol. Er zijn nochtans veel treinen die van Gent naar Brussel rijden. En toch willen heel veel pendelaars op mijn boemeltreintje zitten. Zitten, ja. Liefst zo comfortabel mogelijk.

Aanschuiven en proppen

Wanneer de deuren opengaan in Gent, is het hopen. Hopen dat er niemand tussen jou en de persoon naast je wil zitten op een bankje waar je net niet met drie kan zitten. Want zo zitten die boemeltreinen in elkaar: de korte bankjes zijn net niet lang genoeg om er met twee op te zitten, en de lange banken zijn net niet lang genoeg om er met drie op te zitten. Toch moedigt de NMBS iedereen aan om met zoveel mogelijk mensen op 1 bankje te zitten. Want anders is er geen plaats genoeg.

Na drie minuten heeft iedereen een plek gevonden. Niemand komt tussen mij en mijn buurman zitten. Hoera! Het wordt een mooie dag. Tot plots iemand de wagon binnenkomt. Iemand die nog geen zitplaats heeft gevonden en als doel heeft er zeker één te vinden, hoe klein ook. Hij komt half op mijn schoot zitten. Je mag nooit te vroeg juichen. Zeker niet op de trein.

Op elkaar

Het is niet leuk om gepropt te zitten tussen twee mensen. Een dik half uur lang. Dat is niet leuk voor mij, en niet voor mijn buurman of buurvrouw. We zitten als haringen in een ton. Ik pleit voor treinen waar je naast elkaar kan zitten, en waar je niet op elkaar moet zitten.

Nog meer volk? No way!

Dus als iedereen zijn wagen laat staan, en met de trein naar zijn werk wil, dan hebben we een probleem. Ik dan toch. En veel pendelaars met mij. Dan moet er altijd iemand op mijn schoot zitten. Ik zou dat niet leuk vinden.

Of we moeten schootbuddy’s zoeken. Mensen met wie het klikt en met wie je op de schoot wil zitten. Hmmm. Neen. Toch maar niet.

De NMBS is er nochtans klaar voor. Dat antwoorden ze op mijn tweet.

De vraag is of het allemaal voldoende zal zijn om dat extra volk op te vangen. Ik duim. Want ik wil niemand op mijn schoot.
Neem ondertussen nog maar af en toe de auto, lieve mensen. Laat mij maar op mijn trein zitten. Comfortabel. Met wat ademruimte.

Alle andere verhalen vind je op Sofies website

Je kan ook haar Facebookpagina leuk vinden!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!