Het is gebeurd: Pendelaar Sofie mist het pendelen

maandag 20 april 2020 - 17:13
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. In theorie. In de praktijk is dat altijd langer. Sofie is ook een kritische consument. Ze werkt voor De Inspecteur op Radio 2. Een kritische, pendelende consument. Dat geeft vaak vonken. Maar het levert vooral inspiratie op. Voor haar, voor jou en voor de NMBS en Infrabel.

“Ik ben haar zever echt beu aan het worden. Ga dan met de auto verdomme!”

“Als je natuurlijk ervoor kiest om in Wervik te wonen en in Brussel te werken, dan wéét je toch dat je elke dag lang onderweg bent. Daar moet je als werknemer zelf wel eens over nadenken.”

“Persoonlijk vind ik dat een beetje dom, onpraktisch en niet efficiënt om zoveel tijd te verliezen aan onderweg zijn.”

“Misschien toch eens een cursus efficiëntie gaan volgen als ze nu pas beseft hoeveel invloed dat pendelen op haar leven heeft en daar vroeger nooit bij stil gestaan heeft. Dat is toch de logica zelve?”

Het is een mooie bloemlezing uit reacties die te lezen zijn op de Facebookpagina van De Inspecteur op mijn vorig verhaal. Laat ons wel wezen: natuurlijk weet ik dat ik elke dag lang onderweg ben als ik in Wervik woon en in Brussel werk. Dat is dan ook een bewuste keuze. Ik klaag daar niet over, ik vind het alleen jammer dat de NMBS die rit soms onnodig nog langer maakt.

En ja, je kan het dom vinden om zo lang onderweg te zijn. Dat vind ik niet. Sorry ook voor de vrouw die “mijne zever” echt beu aan het worden is. Het is bij nader order nog geen verplichting om mijn verhalen te lezen :-). Nu ja, als je ze zou lezen, zou je ook wel merken dat het mij niet gaat over of de auto of de trein. Ik zou al helemaal niet elke dag met de auto naar Brussel willen gaan.

Ik denk dat mijn collega’s trouwens van hun stoel vallen als ze lezen dat ik een cursus efficiëntie zou moeten volgen. “Ze gaat toch niet nóg efficiënter worden?”

Gemis

Neen, beste mensen, wat ik met mijn vorig verhaal wou vertellen, is dat ik heel wat voordelen in dat thuiswerken zie. Niet alleen voor mezelf, ook voor de wereld. Er zijn amper nog files, er is plaats in de treinwagons, er is minder uitstoot, … Dus vandaar mijn oproep naar mijn baas en bij uitbreiding de hele bedrijfswereld om die nieuwe manier van werken goed te evalueren en niet zomaar weer in de oude gewoontes te vallen na de lockdown.

Maar voor de goede orde: ik mis ook heel wat dingen hoor, tijdens dat thuiswerken!

Mijn collega’s

Ik zie mijn directe collega’s elke dag, via Skype. Maar ik kan hen geen complimenten over hun nieuwe schoenen geven. Dat vind ik wel jammer. Collega Sven heeft nieuwe broeken gekocht, maar we kunnen ze helaas niet uitgebreid evalueren. We gaan ook niet elke dag samen koffie halen, of samen lunchen. We proberen efficiënt (ja hoor!) te skypen, dus van kletsen komt niet veel in huis. En wij zijn daar net zo goed in.

Ik mis de collega’s met wie ik niet elke dag Skype. De collega’s met wie ik niet rechtstreeks samenwerk. Ik wandel anders elke dag wel eens langs hun bureau. Een “goeiemorgen” en een “oewist” hier en daar. Ik mis dat. Ik wil weten hoe het met hen is.

Mijn pendelmaatjes

Ik mis het sociaal contact op de trein. Het samen verzamelen op het perron, het samen aftellen naar de aankomst van de trein, het samen een plekje zoeken dat voor iedereen goed is (wat nooit lukt), het praten over koetjes en kalfjes.

De kleine gelukjes

Ik mis de zonsopgang ’s ochtends vroeg die ik door het raam zie als ik door Vlaamse velden spoor. Ik mis het observeren van andere pendelaars. Het meeluisteren met een gesprek tussen onbekenden. Toevallige ontmoetingen.

Pendelen, dat zijn ook heel veel kleine gelukjes. Dat kon je al lezen in dit verhaal. Gelukjes die ik nu uiteraard thuis zoek én vind. Maar ’t is anders.

Brussel

Ik mis Brussel, hoewel ik maar een klein deeltje van de stad zie tijdens mijn pendeltocht. Ik mis het gevoel dat mijn wereld zich niet beperkt tot mijn eigen stad. Ik mis het om te zien wat er leeft en gebeurt in onze hoofdstad. Ik mis mijn wandelingetjes als ik ervoor kies om eens niet de metro te nemen.

Me time

Ja, ik heb nu vijf uur extra vrije tijd per dag. Zalig is dat. Maar treintijd, dat is ook me-time. Daar had ik het ook al over. Je kan dat verhaal hier lezen. Ik lees veel minder nu. Ik schrijf minder. Andere pendelaars laten me weten: “Ik mis de trein, het uurtje ongestoord kunnen lezen”. Ik begrijp het helemaal. Zo zal mijn boekenstapel nooit verminderen.

Haat-liefde

Dus ja, ik ben blij dat ik niet elke dag 5 uur onderweg ben, maar ik mis het ook. Het is de haat-liefde-verhouding die elke pendelaar met zijn pendeltocht zal hebben denk ik. Daarom: een mix van de twee zou perfect zijn. Iets meer efficiënt thuiswerken, en uiteraard ook collega’s ontmoeten op kantoor. En onderweg zijn.

En oja, er waren uiteraard ook veel positieve reacties op de Facebookpagina van De Inspecteur op mijn verhaal!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!