Pendelaar Sofie: "Dieren op het spoor! Ik voel me op safari"

dinsdag 1 oktober 2019 - 08:39
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. In theorie. In de praktijk is dat altijd langer. Sofie is ook een kritische consument. Ze werkt voor De Inspecteur op Radio 2. Een kritische, pendelende consument. Dat geeft vaak vonken. Maar het levert vooral inspiratie op. Voor haar, voor jou en voor de NMBS en Infrabel.

De trein vertraagt. Hij stopt. We horen niets. Geen Ding Dong. We blijven stilstaan. Gezucht. Aangezien we geen informatie krijgen, zoeken we die zelf maar op. “Er staat vee op het spoor!” zegt iemand. Ding Dong. Ah! Stilte. We vertrekken weer. Tja.

We rijden traag. Ding Dong. Ah! “Dames en heren, door dieren op en naast het spoor rijden we aan verminderde snelheid.” Hoho! Dieren op het spoor! Ik voel me op safari. Wat gaan we te zien krijgen?

“Krijgen die dieren dan ook een boete omdat ze op het spoor lopen?” vraagt iemand. Enfin, eigenlijk zegt ze: “zun ze doar ook e boete voorn krign, die beestn?”

Juju

De trein staat stil. Ding Dong. “Dames en heren, het vee staat vlak voor onze trein. De politie gaat het dier verwijderen.” Verwijderen! Verwijderen begot. De politie dan nog.  “Kuntienen boer da zelve nie doene?”

“‘Kzie ze! Ze zin do, de polisje en Infrabel!” De vrouw houdt ons op de hoogte van wat ze door het raam ziet. “Ze zin te voete! Mo how!” Ze roept het uit. Vrij vertaald: ze ziet twee politie-agenten en iemand van Infrabel die te voet op zoek zijn naar het vee. Ze is nogal verbaasd. “Te voete!”

Oh boy. Gezucht op de trein. De agenten passeren te voet langs onze trein. “En nu,” zegt iemand, “juju?” Tja, ik weet ook niet hoe twee politie-agenten vee gaan verwijderen.

Politiezoektocht

We weten nu nog altijd niet welk beest het is. Iemand doet het raampje open en kijkt naar buiten. “En, waddist? Est e koe?” Geen idee, niemand ziet iets. Jammer dat we dat spektakel missen, we staan er vlakbij!

Ik lees intussen op Twitter dat er ergens langs de sporen een pony is gespot. Het moet een schattig dier zijn. Ik lees een bericht: “Beste @NMBS, kunnen jullie me laten weten of het schattig pony’tje dat langs de sporen liep, in veiligheid is?”

We wachten vol ongeduld. We zien een politiecombi beneden langs de sporen rijden. Het vee staat toch vlak voor onze trein? Waarom rijden ze daar dan? Zijn er nog meer losgebroken dieren op wandel misschien?

Onze trein vertrekt weer. Het dier zal verwijderd zijn. Ik kijk door het raam. We moeten toch iets zien? We rijden traag. Ik kijk. Ik zie niets. De mevrouw die aan de andere kant van het raam zit, zegt ook niks.

Ik zie hem. Ik zie hem! De twee politie-agenten staan in de berm en houden een pony’tje vast. Een lief, klein, bruin pony’tje. “Ooo,” roep ik uit, “het is een pony’tje!” Al mijn medereizigers zijn vertederd. “Ooooo” klinkt het. “Een pony’tje!” “Ooooo.” Geen gevloek, geen gezucht. Op dit mooi, lief, klein pony’tje kunnen we niet boos zijn. Dat arme dier.

Hèhè. Pony verwijderd, wij zijn vertrokken. Het pony’tje is stout geweest, wij hebben intussen al een vertraging opgelopen van 40 minuten. We arriveren in Gent. Pendelaars stappen af en op. We vertrekken weer. Ding Dong. “Dames en heren, door een pony op het spoor rijdt deze trein met 40 minuten vertraging.”

“Het was wel een lief, klein, schattig pony’tje,” zeg ik aan de meisjes op mijn bankje. “O, wat goed dat het gered is,” zegt het ene meisje. “We hoorden het al in het station dat er een pony op de sporen liep. We dachten al: ‘O neen’.”

Schattige pony toch. We komen aan in Kortrijk. Ding Dong. “Dames en heren, onze trein rijdt niet verder dan Kortrijk. Wie naar Poperinge moet, kan de trein nemen op spoor 4 om 19.10 u.” Schattige pony. Grmbl. Nu moeten we nog overstappen ook. Een kwartier wachten. Nog later thuis.

In Kortrijk horen we de aankondiging. “Dames en heren, door dieren op het spoor nabij Brussel….” Fout! Het is 1 dier. Een lieve, kleine, schattige pony. En het was eerder in de buurt van Gent. Kunnen jullie elkaar dan niet op de hoogte houden?

“Wost e koe?” hoor ik naast me op het perron. “Neen, het was een lieve, kleine, schattige pony!” “Mo, enne ponnie. Alle zeg.”

Ik ben een uur later thuis. Mijn pa belt. “Hoe gaat het?” “Wel, ik ben om 16u30 vertrokken op het werk, en ik ben om 19u45 thuis gekomen. Er stond een pony op het spoor.” Mijn pa schiet in de lach. “Waarom lach jij nu?” “Aja, een pony!”

Ik ben niet boos op de pony. Of op de NMBS. Ze hebben de pony gered. Dat lieve, kleine, schattige beestje. Als het alleen maar pony’s zouden zijn, zo af en toe.

Alle andere verhalen vind je op Sofies website

Je kan ook haar Facebookpagina leuk vinden!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!