Gros eerstejaars kiest in middelbaar voor Latijn of Moderne (UGent)

dinsdag 5 december 2017 - 06:45
Speelplaats
Acht op de tien leerlingen kiest in het eerste jaar van het middelbaar onderwijs voor de optie Latijn of moderne wetenschappen. Dat blijkt uit een studie waar ook universiteit Gent aan meewerkte.

Het zogenoemde Transbaso-project liep over drie jaar, van 2014 tot en met 2016. De onderzoekers volgden in totaal zo'n 3.300 leerlingen op bij de overgang naar het middelbaar onderwijs. Ze wilden nagaan hoe het proces van studiekeuze en schoolkeuze voor het middelbaar onderwijs verliep bij leerlingen, ouders en leerkrachten.

De cijfers zijn opvallend. De overgrote meerderheid (80 tot 85 procent) van de leerlingen die naar het middelbaar onderwijs overstappen, kiest voor de opties Latijn of moderne wetenschappen. Slechts 10 tot 15 procent start in een technisch gerichte of kunst-optie. Een heel klein percentage, 2,5 tot 5 procent, start in de B-stroom, die meestal leidt naar beroepsonderwijs.  

Starten in moderne of Latijnse nog altijd de norm

"Je middelbaar onderwijs starten in de Latijnse of de moderne is dus nog altijd de norm", zegt onderzoeker Simon Boone. En de keuze wordt in de eerste plaats bepaald door de prestaties van leerlingen voor wiskunde en Nederlands op de lagere school.  De interesses van leerlingen spelen bijna niet mee bij de studiekeuze.

Daardoor ontstaan er bij de overgang van het basis naar het secundair onderwijs duidelijk onderscheiden groepen. Leerlingen die sterk scoren, gaan doorgaans naar de Latijnse, leerlingen die iets minder presteren , maar nog altijd goed, naar de moderne wetenschappen. Wie minder goed scoort, gaat naar een technisch gerichte optie of een kunstoptie. En leerlingen met leerproblemen belanden in de B-stroom, die meestal leidt naar het beroepsonderwijs.  

Ouders spelen op veilig

En ook de ouders willen liever alle opties openhouden voor hun kind en vertrekken dus van het idee: laten we zo hoog mogelijk mikken, en starten met Latijn of moderne wetenschappen,  we zien later wel of het lukt.

"Maar kinderen nemen dit idee over", zegt onderzoeker Simon Boone. "Uit onze gesprekken met de leerlingen hebben wij vastgesteld dat zij zeer sterk denken in termen van hoge en lage richtingen, van sterk en minder sterk presteren, van afzakken,... Leerlingen die dan niet voldoen aan die norm , die er niet in slagen om sterke prestaties neer te zetten, die hebben het gevoel dat ze gefaald hebben".  

Al schoolmoe op de lagere school

"We hebben gezien, en dat is nieuw", zegt Simon Boone, "dat leerlingen die kiezen voor een technische optie in het eerste middelbaar en zeker ook leerlingen die in de B-stroom terechtkomen, dat zij zich minder betrokken voelen bij de school en het gevoel hebben dat de school niks voor hen is. Ze zijn dus al schoolmoe voor ze goed en wel in het middelbaar onderwijs zijn gestart."

En dat is een drama, vindt Boone, want ander onderzoek geeft aan dat leerlingen die schoolmoe zijn vaak de school verlaten zonder diploma. Daarom de aanbeveling aan de lagere scholen om alle talenten en interesses van kinderen te waarderen en ook in de studie-oriëntering op te nemen en niet enkel de goede punten voor Nederlands en wiskunde. "Als een kind al op de lagere school zijn interessses leert kennen, zal het een positieve keuze maken voor een bepaalde optie", zegt Boone.  

Die school is niks voor ons kind want dat draagt geen merkkledij. 

Onderzoeker Simon Boone

Uit het onderzoek blijkt dus ook dat ouders vaak voor hun kinderen beslissen welke optie ze in dat eerste middelbaar moeten kiezen.  Maar vaak bepalen ouders ook mee naar welke school het kind zal gaan. "En hier zien we dat ouders die het financieel moeilijk hebben, vaak scholen vermijden die ze als elitair aanzien", zegt Simon Boone.

Ouders vrezen dat hun kind er zich niet thuis zal voelen en er niet gelukkig zal zijn. Zoals een ouder het vertelde: "mijn kind draagt geen merkkledij, dus dat is geen school voor mijn kind".  

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!