Volg Sabine Hagedoren op Sporza-fietsvakantie | Rit 4: Sporza Challenge plan B

vrijdag 6 oktober 2017 - 09:38
Van 30 september tot 7 oktober trekt Sporza samen met Radio 2 naar het prachtige Andalusië voor een heerlijke fietsvakantie. Ook Sabine Hagedoren, Ruben Van Gucht en Christel Van Dyck sluiten aan bij het fietspeloton. Sabine blikt terug op al haar fietsbelevenissen in dit dagboek.

Mijn ontbijt ziet er deze ochtend iets anders uit dan de voorbije dagen. Gisterenavond kregen we een superinteressante lezing van expert Peter Hespel van de Bakale Academy over sportvoeding. Wat eet en drink je het best voor, tijdens en na een rit? Ik had er totaal geen idee van, maar hij heeft me wijzer gemaakt.

Om te beginnen drink ik twee glazen water. Eigenlijk zou ik er nog wat zout moeten aan toevoegen, misschien morgen? Fietsen is zweten, mijn lichaam heeft veel water en mineralen nodig, niet alleen tijdens het sporten, maar ook ervoor. Op mijn bord ligt een grote portie omelet, een meergranenbroodje met kaas en om de gaatjes te vullen nog een grote kom yoghurt. Ik denk dat ik goed bezig ben. Ik zal het straks weten en vooral voelen.

Mijn bidons worden gevuld, eentje met water en eentje met isotone drank. Klaar voor de volgende rit. Bij de start zie ik nog Peter Van Petegem. Hij gaat voor de Sporza Challenge, een rit van ongeveer 70 km met een pittige beklimming van 10 km met een stijgingspercentage van 10 tot 30 procent. Aangezien mijn berggeitvermogen voorlopig nog beperkt is, ga ik voor plan B. Die rit is even lang, maar minder steil. Aangezien er ook renners van hogere ploegen mee rijden, zit het tempo er flink in. Het verschil met de voorbije dagen is voor mij goed voelbaar. Ik wring mij in het midden van het peloton. 

Op de platte stukken kan ik vlot mee. Maar dan komen de klimmetjes. Dan is het surfen van het ene wiel naar het andere en proberen niet te lossen.

Soms lukt dat, soms ook niet, maar gelukkig zijn daar de “Trek”-broertjes van onze ploeg. In hun wiel blijft het altijd iets aangenamer vertoeven en als ze zien dat ik niet mee kan, dan krijg ik een duwtje in de rug of ze zetten mij uit de wind. Wat ben ik blij dat ze in mijn team zitten.

Net zoals andere fietsvrienden. Het groepsgevoel is ongelooflijk. Na een uur is er een kleine stop, tijd voor een energiereep, de regels van professor  Peter indachtig. Na zo’n twee uur trappen komen we aan de bevoorrading. Tijd voor een banaan. Ja, ja, professor Peter, ik heb goed geluisterd.

Voor het eerst deze week begin ik mijn beentjes te voelen. Waarschijnlijk toch al een lichte verzuring van de afgelopen dagen, maar ik voel mij nog best lekker, dus op naar de laatste 20 km met nog een paar heuveltjes. Bergaf gaat het prima, bergop hangt deze slak in de een of ander wiel. En deze keer is ook onze moppentappende monteur Ludwig mee. Hij loost mij af en toe terug naar het peloton en geeft mij nog wat tips mee. “Seffens gaan we klimmen, nu drinken", "Ga nu in de beugels van je stuur hangen, dan ga je nog beter bergaf, heb je meer grip op de weg”, “Nog wat meer schuin achter mij rijden, dan zit je nog iets meer uit de wind." 

Ik heb op een paar dagen tijd al ontzettend veel bijgeleerd over het wielrennen. Ik ben er aan begonnen als een kieken zonder kop, maar ondertussen gaat het alsmaar vlotter en wordt het alsmaar leuker. Op 69 km van de start en na ruim 3 uur koersen, ligt het hotel en braaf reppen we ons naar de recoverydrank, een mierzoet rozerood drankje. Drie bekertjes, aldus professor Peter. Tja, ’t is toch een beetje wringen om het allemaal binnen te krijgen.

Na de middag nippen we op het terras van een strandbar van onze eerste gin-tonic. Zou dat ook in het boekje van de professor staan?

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!