Willy Sommers denkt niet aan stoppen: "Het applaus is een drug voor mij"

maandag 12 augustus 2019 - 10:30
Al sinds de jaren 70 is Willy Sommers een vaste waarde op de Vlaamse podia. Aan zijn populariteit lijkt ook anno 2019 geen einde te komen. Aan stoppen denkt Willy nog niet, zo vertelde hij aan Kim Debrie in een ontspannen gesprek op het strand.

Over 3 jaar wordt Willy 70 jaar, maar dat ziet hij louter als een cijfer. “Ik voel me in de fleur van mijn leven. Mijn conditie is nog top, ik sport, ik speel tennis. Ik heb niet het gevoel dat ik al zo oud ben. Ik heb goede genen gekregen, mijn papa is 86 geworden, mijn mama is nu 91. Toen ik 60 werd zei Roland, mijn vroegere producer, ‘zou je niet beter stoppen, je hebt alles al gezien’. En ik heb gezegd ‘nee, ik heb het nog niet allemaal gezien.' Vorig jaar stond ik nog op Pukkelpop, wie had dat ooit gedacht, er komt nog altijd iets nieuws op mijn pad!'

“Zolang mijn gezondheid het toelaat, wil ik muziek blijven maken. Is het niet voor mijzelf, dan misschien voor anderen. Nummers maken, schrijven of produceren voor jong talent, ik zou toch graag in de muziek blijven. Maar het liefst sta ik zolang mogelijk zelf op het podium, ik treed nu nog altijd op en ik maak nog altijd platen om te kunnen genieten van de aandacht en van het applaus. Het applaus is een soort drug voor mij.” 

Vorig jaar stond ik op Pukkelpop, wie had dat ooit gedacht? Er komt nog altijd iets nieuws op mijn pad!

Pensioen voor de kinderen

“Op mijn 65ste kreeg ik mijn eerste pensioen en ik schrok ervan, ook al heb ik er mijn hele leven voor betaald. Ik geef het geld aan mijn kinderen om iets te kopen, of voor wanneer ze op reis gaan. Dat is een luxe, dat weet ik.  Maar ik word er wel op belast, dat zei mijn boekhouder mij ook, ‘je weet toch dat je daarop belast wordt als je verder blijft werken,’ maar ik ben er eigenlijk niet mee bezig.” 

Dankbaar

“Ik ben dankbaar voor alles wat ik heb in mijn leven, ik ben heel dankbaar dat Roland Verlooven me ontdekt heeft, dankzij hem ben ik professioneel zanger kunnen worden. Ik was nog maar 19 jaar toen ik begon, hij ging overal mee naartoe, hij was mijn tweede vader. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik mijn droom heb kunnen realiseren. Anders was ik nu waarschijnlijk een gepensioneerde leraar, die misschien in een coverbandje speelde, die lid was van een toneelgezelschap, en die een voetbalploegje coachte. Ik ben dankbaar dat ik dat heb gekregen van hierboven, dat ik beschermd ben ook. Ik ben gelovig, ik ga niet elke zondag naar de kerk, maar ik geloof toch in iets. In eerste instantie moet je in jezelf geloven, maar er is ook iets boven ons waarin je moet geloven. En dat doe ik ook wel.” 

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!