Erika Vlieghe: "Stijgend aantal besmettingen zeer zorgwekkend, we mogen niet meer talmen"

donderdag 16 juli 2020 - 08:50
Het gemiddelde aantal besmettingen per dag in ons land, in de periode van 6 tot en met 12 juli, is gestegen tot 100. "En dat baart absoluut zorgen", zegt Erika Vlieghe, infectiologe en voorzitter van de GEES, de expertengroep die de Nationale Veiligheidsraad adviseert over maatregelen en versoepelingen.

De meeste besmettingen doen zich voor in de provincies Antwerpen, Limburg en Luik. "Je ziet nu ook in randgemeenten rond de stad Antwerpen bijvoorbeeld meer gevallen opduiken, ook in andere plaatsen in Limburg en in ZuId-West-Vlaanderen zie je een permanente aanwezigheid van het virus opduiken. Dat is zeer zorgwekkend."

"We mogen echt niet lang talmen, we hebben op heel korte termijn meer informatie nodig over wat we wel of niet weten en wat we alvast kunnen doen van interventies. We hebben daar niet veel tijd voor en dat is heel belangrijk."

Lokale lockdowns: "Remedie mag niet erger zijn dan de kwaal"

Wat als er een tweede golf van besmettingen komt? Op de persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad klonk het dat ze dat aan het voorbereiden zijn. Een nationale lockdown zou te vermijden zijn, lokale lockdowns zouden wel tot de mogelijkheden behoren, van bijvoorbeeld gemeenten, wijken, maar ook bedrijven, clusters van appartementsgebouwen...

"We moeten ons aanpassen aan de situatie waar het probleem zich voordoet", zegt Erika Vlieghe. "Zowel geografisch als de bevolkingsgroep, bijvoorbeeld jongeren, ziekenhuizen, werknemers van een bedrijf. Je moet je interventies daaraan aanpassen." In theorie zou je wijken kunnen afsluiten, maar dat is makkelijk gezegd dan gedaan. "De remedie mag niet erger zijn dan de kwaal. Je moet eerst zeker zijn, heel veel gegevens hebben om te kunnen beslissen dat die maatregel hetgene is wat nodig is om de zaak te controleren. Je moet daar zeer zorgvuldig over nadenken."

Steden en gemeenten weten nu wel als er bij hen een opstoot is, maar wie die mensen zijn, waar ze wonen, wat hun profiel is, dat is onbekend. "Een moeilijkheid voor alle beleidsmakers", zegt Vlieghe. Die cijfers zitten bij Sciensano en het Vlaams Agentschap Zorg (die de contactopsporing organiseert, red). "Dat klopt. Daarvoor moet u bij hen te rade gaan. Mij ontbreekt het ook aan die gegevens en dat is zeer frustrerend", zegt Vlieghe.

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!