'Wie zegt dat we in het beroeps niet met taal bezig zijn?'

maandag 17 september 2018 - 08:11
Dennis van den Buijs
Mohamed El Amri
De jongeren van de Spectrumschool in Deurne en Borgerhout hebben een boek geschreven. Onder begeleiding van theatermaker en auteur Fikry El Azzouzi gingen ze op zoek naar de auteur in zichzelf. Hieronder lees je het verhaal van Mohamed El Amri, 15 jaar uit Borgerhout, die te gast was in Start je Dag.

Omsingeld  door Mohamed El Amri

Dit gebeurde in de zomervakantie een dag voor we naar Marokko zouden vertrekken. Vrijdag 10 juli 2015, het is ramadan en een hele warme dag. Normaal regent het hier het hele jaar door, nu, net wanneer de ramadan begint, is het snikheet. Tijdens het vrijdaggebed was het in de moskee nog warmer, ik zag iedereen zweten. Maar de imam bleef maar praten. Na een uur was hij nog niet gestopt, zoveel energie had de imam. Ik denk dat hij stiekem heeft gegeten.


Na de sauna in de moskee had ik een drukke dag met mijn vrienden. Een drukke dag is voor mij: gaan zwemmen in het Sint-Annekezwembad op Linkeroever. Daarna een beetje voetballen en trainen op panna’s. Voor wie niets van voetbal kent: een ‘panna’ is de bal door de benen spelen. Daarna hebben we urenlang zitten discussiëren over welke voetballer er nu beter is: Messi of Ronaldo. Dat vind ik uiteraard een domme vergelijking. Ronaldo is duizend keer beter, heeft een beter kapsel, wittere tanden en een mooiere vrouw.

Door al die discussies over voetbal is het bijna etenstijd geworden. Eindelijk. Nu snel douchen, mama helpen. Tafel dekken, glazen en borden uit de keukenkast. Daarna de soepkom, dadels, chebekia. Voor degenen die niet weten wat er tijdens de ramadan wordt gegeten: chebekia zijn de lekkerste honingkoeken. 21.50 uur. Nog tien minuten. Ik kijk op mijn horloge. Nog steeds tien minuten. Ik ga naar de badkamer om mijn handen te wassen. Negen minuten. Het lijkt eeuwig te duren. Ik kijk door het raam en zie op straat mensen rennen die op tijd willen eten.  Acht minuten. Ik ga naar de badkamer en spoel mijn mond. Zeven minuten. De tijd staat stil. Zes minuten. Ik ben de rituele wassing voor het gebed vergeten. Voor degenen die niet weten wat een rituele wassing is: je begint met een ‘bismillah’ op te zeggen. Je wast drie keer je handen. Je spoelt dan drie keer je mond. Je reinigt drie keer je neus. Drie keer je gezicht. Drie keer allebei je armen. Eén keer je hoofd. Eén keer je oren. Drie keer beide voeten. Klaar.
Eindelijk mogen we eten. Mijn moeder heeft zoals altijd heel lekker gekookt. Ik moet een beetje slijmen bij mijn moeder, ze zal dit ook lezen. Maar ik lieg echt niet, mijn moeder is een keukenprinses.

Tijdens de ramadan beginnen we altijd met harira, dat is een Marokkaanse soep. Daarna eten we gebraden kip met olijven. Dat heeft mijn moeder gemaakt omdat ik, mijn zus en zusje gebraden kip met olijven heel lekker vinden. Maar voordat ik aan de gebraden kip begin, bid ik eerst. Dat is mijn dagelijkse routine, zo kan de soep al wat zakken. Na het bidden volgt de tweede ronde van de maaltijd en eet ik verder. Mijn zus, zusje en moeder zijn al klaar met eten en beginnen te bidden. Ik blijf eten, mijn buik ontploft bijna, maar ik kan maar niet stoppen met eten. Ik krijg er buikpijn van en moet gaan liggen. Na een kwartiertje gelegen te hebben, sturen m’n vrienden me een berichtje: ‘Wannabe Ronaldo, kom naar ’t pleintje.’ Ik kijk naar de klok, het is al 23 uur. Laat, maar nog niet te laat. Ik doe m’n zwarte Nikes aan en wil vertrekken. Mijn moeder houdt me tegen en vraagt: ‘Waar ga je heen?’ ‘Ik ga naar de moskee.’ ‘Oké, maar na het gebed onmiddellijk naar huis komen’, antwoordt mijn moeder.

Met een schuldgevoel verlaat ik het huis want in werkelijkheid ga ik niet naar de moskee. Ik had met drie vrienden afgesproken om na het gebed op straat rond te hangen. Nabil, Walid, Ayoub en ik, wij houden van rondhangen. Nabil eet stiekem tijdens de ramadan. Dat doet hij achter het kerkhof. Wij wisten dat maar zeiden niks. Ramadan is tussen jou en God. Dat zijn onze zaken niet. En omdat Marokkanen toch niet lezen, komt niemand dit te weten. Walid is de player van onze vriendengroep. Hij had elke week een nieuwe vriendin. Wij wisten dat, maar zeiden niks, wij waren ook een beetje jaloers. Ayoub durft het meest, hij is van niets of niemand bang. Ik ben gewoon de meeloper, maar wel de beste voetballer van allemaal.


We wandelen over de Turnhoutsebaan en plots haalt Ayoub een spuitbus uit zijn zak. Hij spuit ‘fuck ronaldo’ op een raam van een café. Dat doet hij om mij uit te dagen. Ik neem de spuitbus af en schrijf ‘fuck messi’. Enkele minuten later horen we sirenes en worden we omsingeld door de politie. Ik had de spuitbus nog in mijn hand en gooi ze snel weg. We lopen allemaal weg. Nabil en Walid worden al snel opgepakt. Nabil is een dikzak en dikzakken zijn uiteraard niet zo snel. Walid neemt het niet serieus, hij denkt dat hij onschuldig is. Ayoub heeft een goeie conditie, zijn bijnaam in de buurt is ‘paard’ omdat hij loopt als een paard. En ik speel elke dag voetbal, dus daardoor hebben ze ons niet kunnen pakken. Maar we zagen elkaar als broeders, dus keerden Ayoub en ik om.


Ik word meegenomen door een politieman met een slangentatoeage op zijn nek, ik denk dat hij in de dertig is en hij lijkt ook op een slang. We worden in de auto gezet. Er zijn agressieve agenten bij die ‘het zijn altijd dezelfde makakken die problemen maken’ tegen ons roepen. Gelukkig worden we niet hardhandig meegenomen.
Tijdens het verhoor ontken ik eerst. De agent lacht en wijst naar mijn vingers. Daar zit nog verf op. Ik kan niet meer ontkennen. Thuis had niemand dit verwacht van ons.

Mijn moeder komt me halen op het politiebureau. Ze geeft me eerst een boze blik, daarna wordt ze verdrietig. Ze zegt dat ze mij niet meer vertrouwt. Dan pas realiseer ik me wat ik haar heb aangedaan. Ze geeft me een preek dat ik zo’n stommiteiten niet meer moet doen, vertelt me hoeveel moeite ze doet om mij op te voeden en dat ik haar zoveel pijn doe. De dag erna zijn we naar Marokko vertrokken. Parijs, Marseille, Barcelona, Almeria. Eindelijk op de boot. Ik kan Nador al vanop kilometers afstand ruiken. Ik ben ook superblij om mijn zieke opa te zien, die aan de ziekte van Alzheimer lijdt. We hadden leuke herinneringen, spijtig dat hij mij niet meer herkent. Omdat ik de schade aan het café moet betalen, heb ik geen geld. De vakantie werd daardoor heel raar en gevaarlijk. Politie, drugs, geesten en nog andere zotte dingen. Maar dat vertel ik je een andere keer.

 

Alle verhalen kan je nalezen in het boek 'Mogen de wijze jongens winnen, gij weet' dat is uitgegeven bij EPO.

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!