"Waarom moet de dt-regel blijven bestaan als ze tóch voor problemen blijft zorgen?"

vrijdag 5 maart 2021 - 15:20
Dt-fouten: we maken ze allemaal. En daarom bedacht leerkracht Yannick Vercauteren het werkwoordenwiel, dat ons moet helpen om minder dt-fouten te maken. “Ook ik maak er nog, op mijn 50", bekent Anja Daems in ‘De Madammen’. Maar hoe komt het toch dat we zoveel dt-fouten blijven maken? Professor Dominiek Sandra is psycholinguïst aan het UAntwerpen en geeft uitleg.

“We maken allemaal dt-fouten, zowel journalisten als de studenten taal- en letterkunde en tot mijn grote ontzetting heb ik onlangs een dt-fout gemaakt die studenten konden zien. Het zou niet mogen, ik weet het.”

“Je schrijft het woord dat je zelf al het vaakst gezien hebt”

Professor psycholinguïstiek Dominiek Sandra, UAntwerpen

“Er zijn de laatste jaren al veel taalexperimenten gedaan en daaruit blijkt dat er drie factoren zijn die een rol spelen bij het maken van dt-fouten. Alles heeft te maken met ons taalbrein, laten we zeggen de manier waarop ons geheugen werkt. Je wil snel schrijven, net zoals je snel praat, omdat je efficiënt wil zijn en je je ideeën zo snel mogelijk onder woorden wil brengen. Hier wordt je werkgeheugen in gang gezet en ben je aandachtig bezig. Dat is zoals je de rekenoefening ‘13x8’ snel wil uitrekenen. Maar je moet dit werkgeheugen ook in gang zetten wanneer je een werkwoord moet vervoegen. En om te vervoegen, moet je ook nog het onderwerp weten. En soms is dat moeilijk, wanneer het onderwerp vooraan in de zin staat en het verder verwijderd is van het werkwoord. Het gevolg is dat je de tijd niet neemt om dat onderwerp terug te zoeken, en dan gebeurt de -dt fout. Want je geheugen gaat op dat moment op zoek naar het woord dat je zelf al het vaakst gezien hebt. En dat woord ga je dan ook zo spellen. Je kan hier ook geluk hebben, en dan is je ‘gok’ een juiste gok, maar je kan ook pech hebben, en dan heb je een fout getypt.”

“Maar 1 op de 10 woorden zijn probleemgevallen, net daarom maken we die fouten”

Professor psycholinguïstiek Dominiek Sandra, UAntwerpen

“Het is ook zo dat problemen met -dt zich maar in gemiddeld 1 op de 10 gevallen voordoen. Ik heb er zelfs deze morgen naar gezocht in de krant. Eigenlijk komen er maar weinig keren zo’n moeilijk geval voor, maar net dat is een reden waarom er nog dt-fouten gemaakt worden. Net omdat het niet geautomatiseerd is. Als je maar in 10 procent van de gevallen een regel moet toepassen, hoe makkelijk ze ook is, dan ben je niet getraind. Vergelijk het met iemand die weinig met de auto rijdt, of fietst, dan blijft het allemaal traag gaan. Daarom is het net nodig dat die regels gedrild worden op school. Dat is belangrijk bij de tafels van vermenigvuldiging, maar ook bij de werkwoordregels. In de klas is er een grote focus hierop, maar in het echte leven komen die dt-gevallen veel minder voor. Dus je kan nog zoveel trainen als je wil, af en toe zal je die dt-fout wel eens maken. Maar dat betekent niet dat je je teksten niet moet nalezen.”

Moeten de dt-regels ooit verdwijnen?

“Er worden al tientallen jaren dt-fouten gemaakt.  En hoe gemakkelijk de regels ook zijn: blijkbaar passen ze niet op het taalbrein van de gemiddelde mens. En dan vraag ik mij af: “Waarom moet je een regel in stand houden die hardnekkige problemen blijft opleveren? Waarom moet je een regel die niet werkt nodeloos in stand houden? Voor mij moet communicatie zinvol zijn en je moet daar dan de regels op aanpassen. Daarom pleit ik ervoor dat de ministers van onderwijs en cultuur zich eens beraden over de vraag of die dt-regels nog wel nodig zijn.”

 

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!