Pendelaar Sofie: "Ik pendel twee uur en een half naar het werk. En toch hoef ik geen medelijden"

woensdag 13 november 2019 - 14:19
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. In theorie. In de praktijk is dat altijd langer. Sofie is ook een kritische consument. Ze werkt voor De Inspecteur op Radio 2. Een kritische, pendelende consument. Dat geeft vaak vonken. Maar het levert vooral inspiratie op. Voor haar, voor jou en voor de NMBS en Infrabel.

Het is gebeurd. Eindelijk. Iemand reageert laconiek met “O, dat valt nog wel mee” wanneer ik zeg dat ik twee en een half uur over mijn traject doe. Ik val bijna achterover.

Ik zie er vaak tegenop. Om tegen de mensen te zeggen hoe lang ik over mijn woon-werktraject doe. Mensen uit West-Vlaanderen reageren vaak met “Amai, Brussel, zeg, moh how zeg”, als ik antwoord op de vraag waar ik werk. Mensen uit Brussel, Antwerpen of Leuven zeggen “Wervik? Amai, waar ligt dat? Dat is ook niet bij de deur zeker?” Ze kijken triest en bezorgd. Geschrokken ook. Ze hebben medelijden. 

Mo how zeg. Brussel zeg. 

Een West-Vlaming

Eindeloos

Voor allebei lijkt de weg Wervik-Brussel eindeloos lang. Want Brussel, dat is de hoofdstad, dat ligt midden in het land, op weg naar de Ardennen. Daar ga je naartoe als je een weekendje weg wil, of om een dagje te shoppen. En Wervik, dat, ja, waar ligt dat? Toch ergens in the middle of nowhere, waar er amper openbaar vervoer is? Te midden de velden, ver weg van autosnelwegen en stations.

Wel. De weg van mijn huis naar de VRT is met de auto 120km lang. Je neemt in Wervik de oprit naar de A19, en rijdt via de E17 en de E40 naar Brussel. Allemaal snelwegen. De trein passeert in Wervik, en rijdt rechtstreeks naar Brussel. Of naar Antwerpen. Jawel.

Ik moet vaak mensen troosten en geruststellen als ik hen zeg dat ik twee en een half uur over mijn woon-werktraject doe. “Het valt wel mee, hoor. Treintijd is me-time. Ik lees weer, nu! En ik kijk Netflix! En ik kan ook werken op de trein. Dus het is niet zo erg als het lijkt.” Ik moet mensen overtuigen dat ik niet zo meelijwekkend ben als het lijkt. Ik moet hén moed geven. Ik word er zelf van moedeloos van.

Het is OK

Maar plots komt een nieuwe collega op de proppen. Lisa. Ze woont in Aalst, of daar ergens in de buurt. Ze vraagt van waar ik ben.
“Wervik.”
“Ah, dat ligt in West-Vlaanderen?”
“Ja!”
“En kom jij met de trein naar het werk?”

Ik bereid me al voor. Ze zal me vol verbazing aankijken. Haar ogen gaan groter worden en haar mond zal open vallen. Ze zal net niet vragen waarom ik geen andere job dichtbij huis zoek. 

“Hoe lang doe jij dan over je rit van huis naar het werk?”
“Twee en een half uur.”
“O dat valt goed mee.”

O, dat valt goed mee.

Lisa

Huh? Wat zeg je, lieve Lisa? Is dit ironisch bedoeld?

Ze kijkt serieus. Ze valt niet achterover, ze kijkt me niet meelijwekkend aan. Ze vindt alles normaal. “Ik doe er een uur en drie kwartier over, en dat vanuit Aalst.”
Ik ben verbaasd. Ik weet niet waar ik het heb.
“Dus jij vindt mijn traject normaal?”
Ja, ze vindt het niet abnormaal. Ik doe er ‘maar’ drie kwartier langer over dan zij, en ik kom toch van veel verder? Dus, ja.

Wij doen dat

Lieve, Lisa. Je maakt mijn dag goed. Mijn maand, mijn jaar. Eindelijk begrip. Want pendelen van en naar Brussel, dat is niet abnormaal. Massa’s West-Vlamingen gaan elke dag in Brussel werken. Vanuit Wervik, vanuit Ieper, ja zelfs vanuit Diksmuide!

Wij kunnen dat. Wij doen dat. Het vergt moed en volharding, en soms willen we klagen en zagen, maar het is niet abnormaal. Sommige mensen staan een uur in de file om 20 kilometer te overbruggen. Dat is pas meelijwekkend. En abnormaal.

Alle andere verhalen vind je op Sofies website

Je kan ook haar Facebookpagina leuk vinden!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!