Sprookjes: te gruwelijk voor kinderen?

maandag 11 februari 2013 - 10:20
Sprookjes: te gruwelijk voor kinderen?
Bart is de fiere papa van Lenthe (6) & Fien (7). Onlangs kregen ze van oma een heel mooi sprookjesboek. En alhoewel papa en dochters enorm genieten van het voorlezen voor het slapengaan, is Bart nog n

Bart is de fiere papa van Lenthe (6) & Fien (7). Onlangs kregen ze van oma een heel mooi sprookjesboek. En alhoewel papa en dochters enorm genieten van het voorlezen voor het slapengaan, is Bart nog niet begonnen aan het nieuwe boek.

"Telkens ik erin blader, besef ik weer hoe gruwelijk die verhalen eigenlijk zijn: Kinderen in een oven steken, kinderen voor altijd achterlaten in het bos, ... Kunnen kinderen eigenlijk wel om met die gruwel? Moet ik niet nog even wachten om deze verhalen voor te lezen?"

Katrien Van Hecke is professioneel sprookjesvertelster. Zij heeft jarenlang infosessies gegeven aan volwassenen over sprookjes en schrijft ook sprookjes & kinderboeken.

Vanaf welke leeftijd kan je sprookjes vertellen?

6-7 jaar is een goede leeftijd. Maar elk kind is anders. Eigenlijk moet je jezelf gewoon afvragen:‘Is mijn kind klaar voor sprookjes?’. Wat is er belangrijk: je kind moet in staat zijn om zijn gevoelens in taal uit te drukken.

Zijn sprookjes belangrijk in onze opvoeding?

Ja. Om te beginnen: kinderen genieten ervan: het is leuk, spannend. Als je het hen zou ontzeggen, zou dat zeer jammer zijn.

In alle sprookjes zijn de karaktertrekken/emoties van de personages heel extreem. Bijvoorbeeld: de heks is niet een beetje gemeen maar hééél gemeen, de reus, die is niet gewoon lomp, die is zeer lomp.

De personages hebben een uitgesproken karakter. Als dat niet mag, dan geef je de kinderen de boodschap dat uitgesproken gevoelens niet ok zijn. Kinderen zien: ‘Het bestaat’, en dan is dan een geruststelling voor hen.

Het is voor kinderen belangrijk dat ze extreme gevoelens kunnen projecteren. Typisch: als een kind pijn heeft, gaat het enorm hard wenen, en dan 5 minuten later hoor je niets meer. Die zijn niet gewoon boos, maar héééél boos.

Sprookjes beantwoorden ook aan de behoefte van de kinderen. Wij volwassenen denken al meer genuanceerd, maar kinderen denken meer in zwart-wit. In sprookjes kunnen kinderen ook hun dromen projecteren.

Het is belangrijk om vaak sprookjes voor te lezen: zo horen de kinderen keer op keer hoe moeilijk het ‘leven’ kan zijn. Maar ze leren eruit: er zijn problemen in het leven maar het wordt altijd opgelost. Want: elk sprookje loopt goed af !



Moet je ergens op letten als je sprookjes voorleest?

1. Hou oogcontact met je kind terwijl je voorleest, dan zie je de reactie van je kind. Een kind fantaseert enkel over wat het aankan. Daarom kan het die gruwel aan. Een kind fantaseert enkel over wat het zelf aankan. De rest van de ‘gruwel’ die hij niet aankan, daar stelt hij zich gewoon niets bij voor.

Bij het voorlezen kan je als ouder ook meteen reageren en zeggen: ‘wat denk je?’, en ‘blijf luisteren want, vergeet niet dat elke sprookje goed afloopt!’. Je kan ook zeggen: ‘Wij kunnen dat monster de baas’. En inderdaad: op het einde van het verhaal ziet het kindje dat de kind overwint van de stoute heks ! (zie onderaan de lessen die je kan leren uit paar sprookjes).

2. Als het een langer verhaal is, en je kind moet gaan slapen, stop dan pas bij een positieve wending! Daarom is het altijd goed om het boek door te nemen als voorlezer. Stop niet met lezen op een eng stuk. Stop waar een positieve wending is, en dan kan je je kindje een nachtkus geven en laten slapen.

Klopt het dat sprookjes eigenlijk ontstaan zijn om onze angsten te overwinnen?

Er zijn veel verschillende theorieën over het ontstaan van sprookjes, maar waar we zeker van zijn:

Sprookjes zijn een neerslag van eeuwenoude inzichten. Dat geldt ook voor andere genres: spreuken, moppen, rijmpjes, ze komen allemaal uit de orale vertelcultuur.

Neem nu de WTC-ramp. De volgende dag al deden er moppen de ronde. Dat is een vorm van het verwerken van die gruwelijke gebeurtenis.

Bij sprookjes is het minder duidelijk, maar ook sprookjes zijn een middel tot verwerking. Om het moeilijk te maken: sprookjes zorgen voor een ‘narratieve oerreactie’: sprookjes zorgen voor een narratieve manier van verwerken.

De sprookjes zijn eerst ‘verteld’, pas nadien zijn ze neergeschreven. De meeste zijn in de 19e eeuw ontstaan, men weet niet wie ze schreven. Dat is zoals de moppen, niemand weet wie de moppen gemaakt heeft, niemand kent de auteur.

Elke sprookje heeft zijn ‘levensles’. Kan je paar voorbeelden noemen?

- Klein duimpje: speelt in op de verlatingsangst. Een kind wordt wel eens alleen gelaten: bv 1e schooldag, alleen op dat Paaskamp. Maar Klein duimpje kan een geruststelling zijn: want ‘ook al ben je alleen, je komt het altijd te boven, het komt goed!

- De 3 biggetjes: is eigenlijk ook een eng sprookje. In de echte versie, de originele, daar wordt het 1e en het 2e biggetje opgegeten door de boze wolf. Het 1e biggetje bouwt een huisje van stro, het 2e van takken uit het bos. Alle 2 niet stevig. De derde maakt een stenen huis en vangt de wolf, hij maakt er zijn werk van.

De les? Trek er tijd voor uit en het wordt beloond! Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in verschillende stadia: een kind moet leren door ‘trial en error’ (proberen en fouten maken).

Lukt het nu niet? Probeer het nog eens en de volgende keer lukt het misschien beter. Dat hoort bij de ontwikkeling van onze persoonlijkheid.

- Hans & Grietje: hier leren de kindjes dat de stouten = de heks gestraft worden. Hier is Grietje zelfs ‘de kleine heldin’. Hoe gruwelijk het ook is, op het einde steekt Grietje het hand van de heks in de oven: het kleine kindje wint van de stoute heks.

De les voor de kindjes: je moet geen schrik hebben om confrontaties aan te gaan.

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!