Aten de Gentenaars hun geliefde olifant Betsy uit de dierentuin zelf op?

woensdag 28 juli 2021 - 14:20
Heel lang geleden had de stad Gent haar eigen dierentuin, ook wel de Gentstche Bièstenhof genoemd. Stadgids Wim Provoost nam Ladybiker Margaux mee naar het Muinkpark om terug te blikken op die beestige periode.

Toen de Antwerpenaren in 1843 een dierentuin openden, waren de Gentenaren zo jaloers dat ze er zelf ook een bouwden. De Gentse zoo opende in 1851 en was alleen toegankelijk voor de rijke bourgeoisie die aandelen hadden in het project. Later mocht ook de arbeidersklasse naar de dierentuin komen op zondagvoormiddag. Een toegangskaartje kostte 20 cent. Maar als je weet dat de arbeiders in die tijd maar 2 Frank per dag verdienden, was dat een hele dure uitstap.

De zoo bevond zich waar nu het Muinkpark is, pal in het centrum van de stad. Vandaag blijft er van de dierentuin niets meer over, behalve het rode wachthuisje in het park. Rondom het park zijn verschillende straten wel naar dieren vernoemd. De Leeuwstraat of Zebrastraat klinken je misschien wel bekend in de oren. Het einde van de dierentuin kwam er omdat de interesse van de rijke bourgeoisie verschoof naar uitstapjes met de trein naar Oostende en Spa. 

Olifantenworsten

In de dierentuin van Gent zaten verschillende dieren. Van tijgers tot okapi's. Maar de grootste lieveling was Betsy, de olifant. De Gentenaren schreven er zelfs een lied over. Maar er doet een urban legend de ronde dat de Gentenaren hun geliefde olifant zelf opaten. Stadgids Wim Provoost doet het verhaal uit de doeken: 

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!