Pendelaar Sofie: De 5 voor- en nadelen van thuiswerken

vrijdag 25 september 2020 - 15:34
Sofie is een pendelaar. Ze reist gemiddeld 4 dagen per week van haar woonplaats in Wervik naar haar werkplaats in Brussel. Eén treinrit duurt 1 uur en 37 minuten. Maar in deze coronatijden werkt Sofie erg vaak van thuis. Omdat het moet, en omdat het kan. Zo is ze niet elke werkdag bijna 5 uur onderweg. Handig. En zo zijn er nog wel voordelen. Maar er zijn evengoed nadelen. Evenveel zelfs. En dezelfde.

Al sinds maart werk ik geregeld thuis. In maart en april non-stop. Nu afwisselend. Het heeft zo zijn voordelen, dat thuiswerken. Maar elke dag thuiswerken, dat is nu ook weer niet wat het zou moeten zijn.

Ik som graag de voor- en nadelen op van dat thuiswerken. Je zal zien, ze vloeien wat in elkaar over, om het op z’n zachtst te zeggen.

1. De collega’s

Het voordeel: ik werk erg efficiënt. Want er zijn geen collega’s in de buurt die me storen of onderbreken.

Je kent het wel: je ging net eens aan je berg mails beginnen, en een collega komt een vraag stellen. Geen probleem, ik antwoord wel even. Tien minuten later kan ik toch nog aan die berg mails beginnen. Maar daar staat weer iemand aan mijn bureau. Geen probleem, ik overleg graag. Een kwartiertje later open ik weer mijn mailbox. Maar dan vertelt iemand een grappige anekdote. Jah, dan ga ik eerst wel even luisteren. En zo zijn we een half uur verder en heb ik nog geen enkele mail gelezen. Thuis is het anders. Het werk verloopt er veel efficiënter. Overlegjes, meetings, redactievergaderingen, ze zijn allemaal netjes ingepland en de tijd daartussen kan ik non-stop doorwerken, op een telefoontje hier en daar na. Ik kan die mailbox dus in één ruk opruimen. Hèhè.

Het nadeel: er zijn geen collega’s in de buurt die me storen of onderbreken.

Thuis komt er geen enkele collega spontaan aan mijn bureau staan om een vraag te stellen. Ik kan niet even snel met een collega overleggen over een mail die net binnenkomt. Ik kan niet spontaan pauzeren omdat iemand een grappige anekdote vertelt. Ik mis het kortstondig overleg, ik mis het over en weer gepraat over een goed idee, ik mis die anekdotes en het gelach. Op het werk kan ik die mailbox niet in één ruk opruimen, maar ik heb wel 2 collega’s verder kunnen helpen én ik heb goed gelachen.

2. Het onderweg zijn

Het voordeel: ik ben niet onderweg. Ik sta binnen de minuut van de ontbijttafel aan mijn bureau en van mijn bureau in mijn living.

Och man, hoe zalig is dit. Ik ben geen vier en een half uur onderweg van thuis naar kantoor. Ik kan anderhalf uur langer slapen en ik begin nóg vroeger met werken dan wanneer ik naar Brussel moet. En als ik om vijf uur stop, dan kan ik om vijf na vijf al mijn huishouden doen, of gaan sporten. Ik verlies geen tijd meer met onderweg zijn.

Het nadeel: ik ben niet onderweg. Ik sta binnen de minuut van de ontbijttafel aan mijn bureau en van mijn bureau in mijn living.

Ik spendeer geen tijd meer aan onderweg zijn. Ik kan niet door het raam kijken op de trein. Ik lees geen boeken meer, want ik ga meteen na het werk sporten, of ik doe iets in het huishouden. Of ik werk langer, want ik moet toch niet naar huis, ik ben er al. Ik ontmoet mijn pendelmaatjes niet meer. Ik kan m’n hoofd niet leegmaken door door het raam te turen. Ik heb minder me-time. Ik mis het onderweg zijn. Niet de problemen met de trein, voor alle duidelijkheid.

Ik mis het onderweg zijn. 

Pendelaar Sofie

3. De huisdieren

(Ik heb geen kinderen, dus daarover kan ik niks zeggen. Ik heb wel 3 katten.)

Het voordeel: mijn katten entertainen me de hele dag en bezorgen we veel geluksmomentjes.

Een kat die op mijn schoot komt springen, een kat die mij een kopje komt geven als ik me door die berg mails ploeter. Zalig is dat. De twee kittens die rennen en springen, over mijn laptop, op mijn papieren. Ik kan ervan genieten. Bij een vervelend telefoontje van mijn baas kijkt de kat me aan met een blik van “geen zorgen, ik ben er, laat het los”. Tijdens het lezen van die moeilijke mail rekt de slapende kat zich even uit. Hèhè. Waar maken we ons toch zorgen over? En bij een stressmomentje, kan ik de poes aaien. Dat verlaagt het stressniveau, zeggen ze.

Het nadeel: mijn katten entertainen me de hele dag.

Een kat die op mijn schoot komt springen tijdens een skypemeeting met mijn baas, en haar vlijmscherpe nageltjes in mijn benen zet. Het is vervelend, en gênant. Ik trek een pijnlijk gezicht, mijn baas weet niet dat het niets met zijn uitspraken te maken heeft. “Oeps, mijn kat valt tussen mijn benen,” laat ik een collega weten. En “oooo, kijk, die poes achter je,” dat hoor ik als de kat kunstjes maakt op de krabpaal die net in beeld is. Oja, ze poseren af en toe ook eens voor de camera. Echt professioneel kan je het niet noemen. En dat ze nu eens stoppen met over mijn laptop te springen en mijn papieren overhoop te halen.

4. De koffie

Het voordeel: ik moet geen twee verdiepingen zakken en twee lange gangen door om koffie te halen.

De koffiemachine staat in de keuken. Ik zet een paar stappen en sta van mijn bureau aan mijn koffiemachine. Geen lange wachtrij. Alleen ik. Knopje duwen, koffie klaar.

Het nadeel: ik moet geen twee verdiepingen zakken en twee lange gangen door om koffie te halen.

Koffie halen op het werk is een groepsmomentje. Ik stap samen met de collega’s de gangen door, we zakken twee verdiepingen en schuiven geduldig aan in de wachtrij. We vertellen verhalen, ervaringen, belevenissen. We praten over het werk, laten ideeën vallen en evalueren wat we al deden. We wisselen ervaringen uit met collega’s van andere teams. We lachen. Ik mis ze, die koffiemomentjes, terwijl ik alleen aan mijn koffiemachine sta.

Ik moet geen vakantie nemen om een dag thuis te zijn. 

Pendelaar Sofie

5. Het thuis zijn

Het voordeel: je bent thuis. Pakjes kunnen geleverd worden, aannemers kunnen werken uitvoeren.

Makkelijk zeg! Ik kan pakjes laten leveren à volonté. Laat ze maar komen! Ik ben toch altijd thuis! Puur gemak. En die werken in huis, dat is ook geen probleem. De loodgieter die een reparatie komt doen, de schrijnwerker die de nieuwe deuren komt plaatsen: ik laat ze binnen, ik zonder me af in mijn werkkamertje en we kunnen beiden verder werken. Ik hoef geen dag vakantie te nemen om thuis te zijn.

Het nadeel: je bent thuis. Pakjes kunnen geleverd worden, aannemers kunnen werken uitvoeren.

“De loodgieter komt morgen, jij werkt toch thuis, hé.” Mijn man gaat ervan uit dat iedereen elke dag langs kan komen, want “ik ben toch thuis”. Mja. Ik ben thuis. Maar ik werk. Ik heb meetings. Ik moet me concentreren. Als de werkmannen gaten aan het boren zijn, dan is dat niet evident. En als het pakje geleverd wordt wanneer ik net in een moeilijke meeting zit, dan is het niet zo professioneel om even te zeggen: “ik doe ondertussen even de voordeur open, he”. Werk is werk. Thuis of niet.

Alle andere verhalen vind je op Sofies website

Je kan ook haar Facebookpagina leuk vinden!

Aanbevelen via mailSturen via mail

het gezegd heeft!